employment

Onrechtmatig handelen door het kopiëren en meenemen van bedrijfsgeheimen

News Update Employment & Pensions April 2018
01 May 2018

Op dit moment bevat de Nederlandse wetgeving geen specifieke regeling voor de bescherming van bedrijfsgeheimen, maar kent wel een aantal mogelijkheden hiervoor. Binnen het civiele recht kan een beroep worden gedaan op contractuele bescherming of het leerstuk van de onrechtmatige daad. Het arbeidsrecht bevat een aantal belangrijke geheimhoudingsverplichtingen. Artikel 7:611 BW verplicht de werknemer bijvoorbeeld om zich als een goed werknemer te gedragen. Daaronder dient ook te worden begrepen dat de werknemer gehouden is om de bedrijfsgeheimen van de werkgever geheim te houden. Daarnaast wordt in de arbeidsovereenkomst zelf vaak een geheimhoudingsbeding opgenomen. Het Wetboek van Strafrecht bevat bepalingen over de bescherming van geheimen uit hoofde van (vroeger) ambt, beroep of wettelijk voorschrift.

Indien een werknemer bij het einde van het dienstverband bedrijfsgeheimen meeneemt, zal de werkgever dit moeten onderbouwen en bewijzen indien de werkgever zijn schade vergoed wil krijgen. In een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam kwam deze kwestie aan de orde. 

FEITENCOMPLEX

In deze zaak ging het om Van Roosendaal Technisch Uitzendbureau B.V. (VRTU), een uitzendbureau dat zich specialiseert in het uitzenden van technisch geschoolde werknemers. VTRU verwijt de werknemer dat hij een door VRTU opgebouwde database met ruim 2500 technisch geschoolde werknemers en kandidaten heeft gekopieerd en meegenomen bij het einde van het dienstverband, en dat hij die database in handen van derden (een aan de werknemer gelieerde vennootschap) heeft laten komen. Hiermee is de werknemer (samen met vier andere gedaagden/vennootschappen), volgens VRTU, tekort geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de arbeidsovereenkomst en heeft hij onrechtmatig gehandeld. 

DE RECHTBANK

Uit een onderzoeksrapport blijkt dat op de computer van de werknemer documenten zijn aangetroffen met een database waarin grotendeels dezelfde technisch geschoolde werknemers en kandidaten van VRTU zijn opgenomen. Op basis hiervan acht de rechtbank de stelling van VRTU dat de werknemer een door VRTU opgebouwde database heeft gekopieerd, meegenomen en in handen van derden heeft laten komen voldoende onderbouwd. De werknemer is er niet in geslaagd om een plausibele verklaring te geven voor het feit dat op de computer een database met werknemers is aangetroffen die in hoge mate gelijk is aan dat van VRTU. Gelet daarop doet volgens de rechtbank niet ter zake op welke wijze die database op de computer terecht is gekomen en komt dan ook tot het oordeel dat de werknemer onrechtmatig heeft gehandeld tegenover VRTU. De werknemer heeft met zijn handelen immers een inbreuk gemaakt op een recht van VRTU, althans hij heeft in strijd gehandeld met wat volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk wordt geacht. Uit doelmatigheidsoverwegingen laat de rechtbank in het midden of de werknemer hierdoor tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichting uit de arbeidsovereenkomst. Voor de omvang van de schadevergoeding die kan worden gevorderd, doet niet ter zake of deze wordt gebaseerd op tekortschieten uit hoofde van de arbeidsovereenkomst of onrechtmatige daad. 

Ten aanzien van de vraag of naast werknemer ook de andere gedaagden onrechtmatig jegens VRTU hebben gehandeld, overweegt de rechtbank dat deze vennootschappen, nauw met elkaar zijn verweven en werknemer een belangrijke rol heeft in de structuur van de vennootschappen die gezamenlijk als uitzendbureau opereren en ten behoeve waarvan werknemer de database heeft gekopieerd en meegenomen. De onrechtmatige gedraging van werknemer wordt daarom ook als gedraging van de vennootschappen aangemerkt.

De geleden schade van VRTU bestaat, aldus VRTU, uit de schade die zij heeft geleden doordat bedrijfsgeheime informatie in handen van derden is gekomen en omzetderving omdat haar personeelsbestand van actieve werknemers onder de 150 is gezakt en de aan de werknemer gelieerde onderneming inmiddels een overeenkomst is aangegaan met werknemers die voorheen werkzaam waren bij VRTU. De hoogte van de te vergoeden schade zal in een aparte procedure moeten worden vastgesteld. 

Klik hier om de hele uitspraak te lezen. (Rechtbank Rotterdam 17 januari 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:491) 

HOUTHOFF TIP

Op 18 april 2018 is het wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen aangenomen door de Tweede Kamer. Deze wet strekt ter implementatie van de richtlijn betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan. De wet ligt nu voor behandeling bij de Eerste Kamer en zal, na goedkeuring, naar verwachting op 9 juni 2018 in werking treden.

Uit het wetsvoorstel volgt dat het huidige systeem in Nederland materieelrechtelijk al voldoet aan de richtlijn met bijvoorbeeld artikel 6:162 BW en 7:611 BW. Het wetsvoorstel biedt echter wel een nadere invulling van de geheimhoudingsverplichting van de werknemer en zal een duidelijker rechtsgrond bieden in procedures. Het opnemen van een geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomsten speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol bij de vraag of iets kwalificeert als een bedrijfsgeheim in de zin van het wetsvoorstel. Het blijft dus verstandig om ook in de toekomst een zorgvuldig geformuleerd geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen en het verdient aanbeveling om juridisch advies in te winnen bij het opstellen van een geheimhoudingsbeding en om het huidige geheimhoudingsbeding up to date te houden. 

Zie ook de berichtgeving van onze collega's bij IP over dit onderwerp.

Written by:

Share