hoge raad

Verstrekking door fiscus van inkomensgegevens in strafzaak

News Update Hoge Raad | Week 25
21 juni 2019
21 juni 2019

Straf

Verstrekking door fiscus van inkomensgegevens in strafzaak
In een witwaszaak beklaagt de verdachte zich over het feit dat de Belastingdienst inkomensgegevens heeft verstrekt aan de politie op basis van een fiscale bevoegdheid op grond van de AWR. Volgens de verdachte had daarvoor art. 126nd Sv moeten worden gebruikt; een strafvorderlijke bevoegdheid die een redelijk vermoeden van een strafbaar feit vergt. De HR oordeelt dat toepassing van eerstgenoemde bevoegdheid toelaatbaar was in het kader van de samenwerking tussen Belastingdienst en politie. Voor de uitoefening van die bevoegdheid is het bestaan van een redelijk vermoeden van een strafbaar feit niet vereist. Evenmin staat het bestaan van een dergelijk vermoeden aan die uitoefening in de weg.

ECLI:NL:HR:2019:857

Civiel

Verrekening bij bodemverhuurconstructie geen onaanvaardbare doorbreking gelijkheid van schuldeisers
Bij een bodemverhuurconstructie – die dateert van voor 2013, toen art. 22bis Invorderingswet werd ingevoerd – huurt de pandhouder bedrijfsruimte van zijn schuldenaar om zijn stil pandrecht op roerende zaken van de schuldenaar in de bedrijfsruimte te kunnen omzetten naar een vuistpand zonder dat het bodemrecht van de fiscus kan worden tegengeworpen. De verhuur is naar haar aard voor korte tijd, met slechts als doel dat de pandhouder daadwerkelijk zijn recht op verhaal op de verpande zaken kan uitoefenen, en is dan ook slechts bedoeld voor de periode die daarvoor nodig is, en kan daarna worden beëindigd. Gelet op deze karakteristieken van de bodemverhuurconstructie oordeelt de HR dat de mogelijkheid voor de pandhouder om ex art. 53 lid 1 Fw de uit de overeenkomst verschuldigde huur te verrekenen met de openstaande vordering waarvoor het pandrecht door hem is bedongen, geen onaanvaardbare doorbreking is van de gelijkheid van schuldeisers zoals bedoeld in het arrest Tiethoff q.q./NMB.

ECLI:NL:HR:2019:995

Civiel

Aanvang verjaringstermijn vernietiging besluit VvE-vergadering
De HR oordeelt dat wanneer een appartementseigenaar niet bij de VvE-vergadering aanwezig was, het van de omstandigheden van het geval afhangt, vanaf welk moment de appartementseigenaar van een op de vergadering genomen besluit kennis heeft kunnen nemen in de zin van art. 5:130 lid 2 BW. Hierbij komt gewicht toe aan de gebruiken binnen de VvE over de wijze waarop besluiten ter kennis van de leden worden gebracht. Als sprake is van het gebruik om een besluit onder haar leden bekend te maken, dan is uitgangspunt dat een afwezige appartementseigenaar van een besluit kennis heeft kunnen nemen vanaf het moment waarop de bekendmaking heeft plaatsgevonden. Is van een bekendmakingsgebruik geen sprake, dan mag worden verwacht dat de afwezige appartementseigenaar moeite doet om binnen één week na de vergadering op de hoogte te raken van de genomen besluiten waardoor in beginsel geldt dat de appartementseigenaar uiterlijk aan het einde van die week van het besluit kennis heeft kunnen nemen.

ECLI:NL:HR:2019:1022

Meld u aan voor de Hoge Raad News Update
Written by:
Bart van der Wiel

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
+31 20 605 61 11
+31 6 2025 0758
Rob Meijer

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
+31 20 605 61 08
+31 6 5149 4309
Jan Frans de Groot

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
+31 20 605 65 44
+31 6 5152 7324
Albert Knigge

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Managing Partner
+31 20 605 65 62
+31 6 5184 5323
Alexander de Swart

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
+31 20 605 61 14
+31 6 2126 5912
Alexander van der Voort Maarschalk

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
+31 20 605 61 12
+31 6 5140 5058