Belastingplan 2027

15 september 2026

Op de derde dinsdag van september, bekend als Prinsjesdag, presenteert het Ministerie van Financiën traditioneel de Rijksbegroting, inclusief de fiscale plannen voor het komende jaar. De op Prinsjesdag ingediende wetsvoorstellen worden vervolgens behandeld door de Tweede en Eerste Kamer. Gedurende dit wetgevingsproces kunnen de voorstellen worden gewijzigd. Hieronder geven wij een overzicht van de belangrijkste voorstellen. Tenzij anders vermeld, treden deze voorstellen naar verwachting in werking per 1 januari 2027.

Vennootschapsbelasting

1. Valutaresultaten op afdekkingsinstrumenten

Voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2027 kan de deelnemingsvrijstelling op verzoek van de belastingplichtige van toepassing zijn op niet-ingeprijsde valutaresultaten op instrumenten ter afdekking van valutarisico’s die verband houden met een deelneming. Ingeprijsde valutaresultaten vallen niet onder de deelnemingsvrijstelling en zijn daardoor belast dan wel aftrekbaar. Het voorstel introduceert tevens een waardering op de waarde in het economische verkeer op het moment dat een afdekkingsinstrument onder de reikwijdte van de deelnemingsvrijstelling komt te vallen of deze verlaat, en past de verzoekprocedure dienovereenkomstig aan. Voor bepaalde bestaande afdekkingsinstrumenten geldt overgangsrecht.

2. Bedrijfsfusie- en splitsingsfaciliteiten

Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 27 februari 2026, waarin werd geoordeeld dat het wettelijke vermoeden bij de splitsingsfaciliteit onverenigbaar is met de Europese Fusierichtlijn, wordt het overeenkomstige vermoeden voor bedrijfsfusies en splitsingen afgeschaft. Op grond van het huidige recht wordt aangenomen dat een bedrijfsfusie of splitsing niet is ingegeven door zakelijke overwegingen indien aandelen in de bij de herstructurering betrokken entiteit binnen drie jaar direct of indirect worden overgedragen aan een niet-verbonden partij. Na afschaffing zal de Belastingdienst in beginsel aannemelijk moeten maken dat zakelijke overwegingen ontbreken of dat er aanwijzingen zijn voor het ontgaan of uitstellen van belastingheffing. De daaraan gekoppelde procedure voor vooroverleg wordt eveneens afgeschaft.

3. Verruiming van de forfaitaire regeling in de innovatiebox

Het forfaitaire innovatieboxregime wordt uitgebreid. Het maximumbedrag dat onder de forfaitaire regeling als innovatieboxvoordeel in aanmerking kan worden genomen, wordt verhoogd van € 25.000 naar € 100.000.

4. Verhoging van de energie-investeringsaftrek

De energie-investeringsaftrek (EIA) wordt verhoogd van 40% naar 45,5%. De EIA biedt een aanvullende aftrek voor investeringen in kwalificerende energie-efficiënte bedrijfsmiddelen en duurzame energietechnologieën.

5. Uitzondering woningcorporaties van de generieke renteaftrekbeperking

De regering heeft aangekondigd dat woningcorporaties met ingang van 1 januari 2028 worden uitgezonderd van de generieke renteaftrekbeperking. De maatregel is niet opgenomen in het Belastingplan 2027 en zal naar verwachting bij nota van wijziging worden ingevoerd.

Dividendbelasting

6. Teruggaaf dividendbelasting voor Nederlandse beleggers in buitenlandse beleggingsinstellingen

Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 13 september 2024 wordt een teruggaafregeling ingevoerd voor in Nederland woonachtige of gevestigde beleggers die via een buitenlandse beleggingsinstelling gerechtigd zijn tot dividenden uit Nederlandse bron. Het mechanisme beoogt te voorkomen dat dividenden uit Nederlandse bron die via een buitenlandse beleggingsinstelling worden ontvangen, economisch zwaarder worden belast dan vergelijkbare dividenden ontvangen via een Nederlandse fiscale beleggingsinstelling. Onder bepaalde voorwaarden kunnen deze beleggers aanspraak maken op teruggaaf van de Nederlandse dividendbelasting die is ingehouden op dividenden uit Nederlandse bron die door de buitenlandse beleggingsinstelling zijn ontvangen.

Inkomstenbelasting

7. Verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang na verplaatsing van de feitelijke leiding naar Nederland

Indien een vennootschap haar werkelijke leiding naar Nederland verplaatst, wordt de verkrijgingsprijs van een aanmerkelijk belang van een niet-ingezeten aandeelhouder in beginsel gesteld op de waarde in het economische verkeer. Voor de Nederlandse inkomstenbelasting worden aldus uitsluitend waardemutaties in aanmerking genomen die na de verplaatsing zijn ontstaan.

8. Toekomst van box 3

Het voorgestelde box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement is nog in behandeling bij de Eerste Kamer. De regering overweegt alternatieve benaderingen. In de tussentijd blijft het huidige forfaitaire rendementsstelsel in 2027 van toepassing, inclusief de mogelijkheid om via de tegenbewijsregeling een lager werkelijk rendement in aanmerking te laten nemen.

Loonbelasting

9. Werknemersaandelenopties voor start-ups en scale-ups

Er wordt een nieuw fiscaal regime ingevoerd voor werknemersaandelenopties die worden toegekend door kwalificerende start-ups en scale-ups. Om in aanmerking te komen dient de werkgever een beschikking te verkrijgen van de Minister van Economische Zaken en Klimaat waarin de status als kwalificerende start-up of scale-up wordt bevestigd. De belastingheffing wordt in beginsel uitgesteld tot het moment waarop de bij uitoefening verkregen aandelen worden vervreemd. Op dat moment wordt in beginsel 65% van het daarmee behaalde voordeel, verminderd met de uitoefenprijs, tot het belastbare loon gerekend. Het regime is aan diverse voorwaarden onderworpen, waaronder een beperking op de vervreemding van de aandelen gedurende de eerste twee jaar na toekenning van de optie. Aandelenopties en aandelen die kwalificeren als een lucratief belang worden van het regime uitgesloten, waarmee omzeiling van de vermenigvuldigingsfactor voor middellijk gehouden lucratieve belangen die per 2028 in werking treedt, wordt tegengegaan.

10. Verlaging van de 30%-regeling

Met ingang van 1 januari 2027 wordt de maximale onbelaste vergoeding onder de 30%-regeling verlaagd van 30% naar 27%. De toepasselijke salarisdrempel wordt eveneens verhoogd.

Overdrachtsbelasting

11. Verlaagd tarief overdrachtsbelasting voor niet-eigen woningen

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor woningen die niet als hoofdverblijf van de verkrijger dienen, wordt verlaagd van 8% naar 7%. De verlaging is niet van toepassing op niet-woningen.

12. Vrijstelling overdrachtsbelasting voor woningcorporaties

Er wordt een vrijstelling van overdrachtsbelasting ingevoerd voor overdrachten van onroerend goed tussen woningcorporaties. De vrijstelling is van toepassing op onroerend goed dat wordt aangewend voor kwalificerende diensten van algemeen economisch belang en beoogt overdrachten binnen de reikwijdte van de sociale huisvestingsactiviteiten van de corporaties te vergemakkelijken.

Europees belastingrecht

13. Pijler 2: Side-by-Side safe harbour-regelingen

De Wet minimumbelasting 2024 wordt gewijzigd ter implementatie van vier nieuwe safe harbour-regelingen die zijn overeengekomen in het kader van het Side-by-Side-pakket van het OESO/G20 Inclusive Framework. Het betreft de Simplified ETR Safe Harbour, de Side-by-Side Safe Harbour, de UPE Safe Harbour en de Substance-based Tax Incentive Safe Harbour. De Simplified ETR Safe Harbour is van toepassing op boekjaren die aanvangen op of na 31 december 2025. De overige drie nieuwe safe harbour-regelingen werken terug tot 1 januari 2026. Daarnaast wordt de overgangs-CbCR Safe Harbour met één jaar verlengd.

Contact

Neem gerust contact op met het Houthoff Tax Team om deze voorstellen te bespreken.

De diverse wetsvoorstellen zijn hier te vinden.