Google beboet: mededingingsrecht maakt plaats voor de Digitalemarktenverordening

2 september 2026

Met drie sancties in één maand tijd was juli 2026 voor Google een maand om snel te vergeten. Voor ondernemingen die te maken hebben met grote platformdiensten bevatten de gebeurtenissen echter een belangrijke les: parallelle handhaving van het klassieke mededingingsrecht en de Digitalemarktenverordening (Digital Markets Act; DMA) vergroot de mogelijkheden om op te treden tegen oneerlijke platformpraktijken.

Allereerst bevestigde het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) dat Google de hoogste Europese mededingingsboete ooit (€ 4,125 miljard) verschuldigd is wegens misbruik van haar economische machtspositie. Daarnaast beboette de Europese Commissie (Commissie) Google tweemaal voor overtredingen van de DMA, samen goed voor € 890 miljoen.

Ket takeaways

  • Handhavingsbeleid in de digitale market bevestigd: het HvJEU bevestigt de mededingingsrechtelijke benadering van de Commissie in de digitale markt.
  • Snellere handhaving: de DMA vervangt langdurige mededingingsrechtelijke procedures door handhaving van concrete ge- en verboden met kortere doorlooptijden.
  • Lagere bewijslast: de Commissie hoeft bij poortwachters geen marktmacht of misbruik te bewijzen, enkel niet-naleving met de DMA.

Van klacht naar boete: dertien jaar strijd in Google Android

De uitspraak van het HvJEU in de Google Android-zaak vormt het sluitstuk van een mededingingsrechtelijke procedure die al in 2013 door een klacht werd geïnitieerd. De hoogste Europese rechter bevestigde dat de Commissie in 2018 terecht had vastgesteld dat Google het mededingingsrechtelijke verbod op misbruik van een economische machtspositie had overtreden.

Ten eerste verplichtte Google fabrikanten om de zoekapp Google Search en de browserapp Google Chrome voor te installeren als voorwaarde voor een licentie voor de Play Store. Volgens het HvJEU is dergelijke koppelverkoop door een dominante onderneming in beginsel problematisch vanuit mededingingsrechtelijk perspectief. Ten tweede moesten fabrikanten die Google-apps wilden voorinstalleren, zich ertoe verbinden om geen toestellen te ontwikkelen of te verkopen die draaiden op alternatieve, niet door Google goedgekeurde Android-versies (zogenoemde ‘Android-forks’). Het HvJEU oordeelde dat hieraan niet in de weg stond dat de Commissie er niet in was geslaagd te bewijzen dat de exclusiviteitsbetalingen door Google aan grote fabrikanten en mobiele-netwerkoperatoren (in ruil voor betalingen voorinstalleerden zij enkel Google Search op hun toestellen) onrechtmatig waren.

Google en de DMA

In juli stelde de Commissie twee overtredingen door Google van de DMA vast. Ten eerste oordeelt de Commissie dat Google haar eigen diensten – zoals shopping-, hotel-, transport- en sportzoekresultaten – in Google Search een gunstigere behandeling geeft dan vergelijkbare diensten van andere aanbieders. Google schendt de DMA doordat zij haar eigen diensten prominenter weergeeft, bijvoorbeeld bovenaan de zoekresultaten en met opvallendere visuele elementen en filters. Ten tweede stelt de Commissie vast dat Google appontwikkelaars belemmert om gebruikers vrij te informeren over aanbiedingen en om contracten af te sluiten via alternatieve distributiekanalen buiten Google Play, zoals appstores van derden. Hoewel Google een vergoeding mag vragen voor het aanbrengen van nieuwe klanten via Google Play, gaan zowel de hoogte van deze vergoedingen als de duur waarvoor zij worden geheven verder dan de DMA toestaat.

Lessen uit de Google-boetes: een nieuw handhavingsregime

Het samenvallen van de gerechtelijke bevestiging van de mededingingsrechtelijke boete en de DMA-boetes voor Google is illustratief voor de transitie van interventie in de digitale sector op basis van het ‘klassieke’ mededingingsrecht naar interventie op basis van sectorspecifieke regelgeving. Een voordeel hiervan is dat de Commissie op grond van de DMA sneller kan ingrijpen dan op grond van het mededingingsrecht. Waar de Commissie in de Google Android-zaak vijf jaar nodig had om tot een eindbeslissing te komen, duurde het onderzoek in de DMA-beslissingen tegen Google iets meer dan twee jaar – een meer dan halvering van de doorlooptijd. Dit komt mede doordat de Commissie onder de DMA een minder grote bewijslast heeft. De Commissie hoeft namelijk niet langer te bewijzen dat Google een economische machtspositie heeft en dat de betreffende gedraging misbruik oplevert. Aangezien Google is aangemerkt als poortwachter, hoeft de Commissie enkel vast te stellen dat Google zich niet houdt aan de specifieke ge- en verboden uit de DMA.

Hoewel de DMA is gestoeld op een regulatory dialogue – waarbij overleg plaatsvindt tussen poortwachters en de Commissie over implementatie van de DMA – bevestigen de DMA-beslissingen tegen Google dat de Commissie niet eindeloos in dialoog blijft treden. Hiermee zet de Commissie de vorig jaar ingezette lijn door, toen het Apple en Meta beboette voor inbreuken op de DMA.

Dit biedt een helder referentiepunt voor bedrijven die afhankelijk zijn van Google of andere grote platformen: de regels onder de DMA zijn concreet en de handhaving, eventueel naar aanleiding van klachten, is relatief snel. Heeft u vragen over de impact van de DMA op uw onderneming? Neem dan contact met ons op.