Hoge Raad: Ambtshalve toetsing en sanctionering informatieplichten bij op afstand gesloten schadeverzekeringen

9 oktober 2026

De Hoge Raad heeft recent richtinggevende uitspraken gewezen op uiteenlopende rechtsgebieden. Zo verduidelijkt de Hoge Raad de ambtshalve toetsing en sanctionering van informatieplichten bij op afstand gesloten schadeverzekeringen, bevestigt hij de aftrekbaarheid van een cashbonus bij de afkoop van voorwaardelijke aandelenrechten en geeft hij voorlopig duidelijkheid over de vraag of voor het maken van een forensische kopie van een gegevensdrager voorafgaande rechterlijke machtiging vereist is. Wij zetten de belangrijkste overwegingen en praktische gevolgen van deze uitspraken op een rij.

Ambtshalve toetsing en sanctionering informatieplichten bij op afstand gesloten schadeverzekeringen

Civiel

Een consument die online een autoverzekering heeft afgesloten bij Achmea, betaalt de premie niet en verschijnt niet in de daaropvolgende incassoprocedure. De kantonrechter vraagt de HR of hij ambtshalve moet toetsen of de verzekeraar aan zijn informatieplichten heeft voldaan. In Arvato I besliste de HR al dat de rechter ambtshalve moet toetsen of is voldaan aan de informatieplichten van art. 6:230m en 6:230v BW bij op afstand gesloten consumentenovereenkomsten. In deze uitspraak beslist de HR dat de rechter ook ambtshalve moet onderzoeken of aan essentiële informatieplichten die hun oorsprong vinden in de Richtlijn verkoop van financiële diensten op afstand en de Richtlijn verzekeringsdistributie is voldaan en ambtshalve sancties moet toepassen. Voor zover mogelijk stelt de rechter daarbij ook vast of die informatie correct, duidelijk en niet misleidend is. De rechter hoeft niet ambtshalve te toetsen of de verzekeraar de essentiële informatie op een duurzame drager heeft verstrekt. Voor de informatie over het herroepingsrecht is dat sinds de implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2673 anders: of die informatie op een duurzame drager is verstrekt, moet de rechter namelijk wel ambtshalve toetsen.

Voor de sanctionering moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij Arvato I. Voorziet de wet in een specifieke sanctie, dan past de rechter die toe. Hij kan daarnaast of in plaats daarvan de verplichtingen van de consument (verder) verminderen, zodat de sanctie doeltreffend, evenredig en afschrikkend is. Bij een voldoende ernstige schending kan de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen. Gedeeltelijke vernietiging kan bestaan uit een vermindering van de betalingsverplichtingen van de consument, en is de enige mogelijkheid als de consument niet is verschenen. Anders dan in Arvato I kan de vernietiging, gelet op art. 1:23 lid 1 Wft, niet op art. 3:40 lid 2 BW worden gebaseerd. Zij berust op art. 6:193j lid 3 BW, omdat het niet naleven van essentiële informatieplichten een oneerlijke handelspraktijk oplevert. Bij een voldoende ernstige schending mag de rechter vermoeden dat de verzekering als gevolg van die oneerlijke handelspraktijk tot stand is gekomen. Aan de weerlegging van dat vermoeden door de verzekeraar worden hoge eisen gesteld.

ECLI:NL:HR:2026:1636

Cashbonus voor afkoop van voorwaardelijke aandelenrechten aftrekbaar

Fiscaal

Vijf werknemers van een BV krijgen voorwaardelijke rechten op aandelen in de Franse moedervennootschap van de BV, die kunnen worden uitgeoefend onder de opschortende voorwaarde dat de werknemers ten minste vier jaar in dienst zijn en aan prestatievoorwaarden voldoen. Na een overname zien de werknemers af van die rechten in ruil voor een cashbonus. BV vormt een voorziening voor de cashbonus, maar de inspecteur weigert de aftrek omdat naar zijn mening de kosten verband houden met een aandelenuitgifte. De HR bevestigt het oordeel van het Hof dat de kosten voor de afkoop van de rechten op aandelen aftrekbaar zijn. Omdat de afkoop heeft plaatsgevonden voordat de opschortende voorwaarde was voldaan, houden de kosten geen verband met een aandelenuitgifte maar vormen zij in wezen een aftrekbare cashbonus voor de werknemers.

ECLI:NL:HR:2026:1631

Prejudiciële vraag over maken van image gegevensdragers zonder machtiging R-C

Straf

Het HvJ EU heeft kort gezegd bepaald dat een voorafgaande machtiging nodig kan zijn van de rechter of een onafhankelijk bestuursorgaan (niet zijde het OM) wanneer onderzoek wordt gedaan aan gegevensdragers. Die machtiging is nodig als het onderzoek kan leiden tot zeer nauwkeurige conclusies over het privéleven van de gebruiker en sprake is van een ernstige inmenging in de grondrechten van de gebruiker. Naar aanleiding van een prejudiciële vraag van een R-C aan de HR, overweegt de HR dat uit deze rechtspraak niet duidelijk blijkt of een dergelijke machtiging ook al nodig is als uitsluitend een forensische kopie (image) van de betreffende gegevensdrager wordt gemaakt. Het maken van een kopie in afwachting van de machtiging kan wel gewenst zijn, onder meer om te voorkomen dat de betreffende data in de tussentijd (al dan niet op afstand) wordt gewist. De HR oordeelt voorlopig dat het maken van een image vooralsnog geen machtiging vergt, zo lang het opsporingsteam geen inhoudelijke toegang tot de betreffende gegevens verkrijgt.

ECLI:NL:HR:2026:1615