Belastingrente van 8% voor vennootschapsbelasting onevenredig hoog, verlaagd naar 4%
Fiscaal
Belanghebbende ontvangt een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting met een rentebeschikking tot te betalen belastingrente over de verschuldigde vennootschapsbelasting. Volgens belanghebbende is het rentepercentage van 8% onevenredig hoog in vergelijking met andere belastingen. De Staatssecretaris meent dat het hogere rentepercentage gerechtvaardigd is, onder andere omdat het als extra prikkel dient voor vennootschapsbelastingplichtigen om aan de fiscale verplichtingen te voldoen. Volgens de HR vormt het hogere rentepercentage voor de vennootschapsbelasting een onevenredige lastenverzwaring voor een selectieve groep belastingplichtigen die niet kan worden gerechtvaardigd door de daarmee nagestreefde doelen. Het rentepercentage is hierdoor in strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel. De HR verklaart het beroep van de Staatssecretaris in cassatie ongegrond en handhaaft het door de Rechtbank vastgestelde rentepercentage van 4%, zijnde het rentepercentage dat geldt voor andere belastingen.
Wethouder schond ambtsgeheim door vertrouwelijke e mail door te sturen
Straf
De HR bevestigt dat een voormalig wethouder zijn ambtsgeheim heeft geschonden. Hij stuurde in 2018 een interne e mail over de financiële onderbouwing van een politiek gevoelig bouwproject door naar een buitenstaander: een lid van de klankbordgroep van zijn partij. Deze informatie was echter bedoeld voor een besloten collegevergadering en maakte deel uit van het concept raadsvoorstel. De HR bevestigt dat beleidsvoorbereidende informatie die bestemd is voor besloten collegeberaad onder “enig geheim” (art. 272 Sr) kan vallen, óók als er nog geen formeel geheimhoudingsbesluit is en zelfs wanneer die informatie later openbaar wordt. Doorsturen van zo’n ambtelijke e-mail aan derden buiten het college kan dan een strafbare schending opleveren. De HR laat het oordeel van het hof in stand: de context, de bestemming en de (politieke) gevoeligheid van de informatie zijn doorslaggevend; geheimhouding kan ook uit het ambt zelf voortvloeien.