Renteaftrek bij kunstmatige Luxemburgse structuur terecht geweigerd
Fiscaal
Belanghebbende is leningen aangegaan bij een Luxemburgse bank voor de acquisitie van preferente aandelen in een Luxemburgse deelneming van de bank en voor de aanschaf van een obligatieportefeuille. De aan de bank verschuldigde rente is afgestemd op het inkomen van belanghebbende uit haar deelneming en obligatieportefeuille, waardoor belanghebbende de inkomsten hieruit kon afzetten tegen deze rentelast. Het Hof oordeelt dat sprake is van een misbruikstructuur en dat belanghebbende de rente op de lening niet kan aftrekken. Daarbij acht het Hof tevens relevant dat de Luxemburgse deelneming op gekunstelde wijze is verhangen en dat de vergoeding op de preferente aandelen in Luxemburg eveneens aftrekbaar is en dus ook aldaar tot een belastingvoordeel leidt. De HR bevestigt dit oordeel van het Hof. Vanaf 1 januari 2008 kan renteaftrek worden geweigerd op basis van de specifieke antimisbruikbepaling in artikel 10a Wet Vpb, ondanks dat de rente in Luxemburg belast is. Ook vóór 1 januari 2008 is de rente niet aftrekbaar, omdat sprake is van wetsmisbruik (fraus legis).