Hoge Raad: Zeswekentermijn voor beroep niet in strijd met Unierecht

23 oktober 2026

Zeswekentermijn voor beroep niet in strijd met Unierecht

Fiscaal

Een belanghebbende stelt vijf dagen te laat hoger beroep in tegen een naheffingsaanslag BPM. Het Hof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, omdat de wettelijke beroepstermijn van zes weken is verstreken en niet is gebleken dat de termijnoverschrijding hem niet kan worden verweten. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel. Volgens de Hoge Raad is de zeswekentermijn, waarbij een te late indiening alleen wordt verschoond als redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest, niet in strijd met het EU-rechtelijke recht op toegang tot de rechter. De termijn is redelijk en maakt het niet onmogelijk of uiterst moeilijk om EU-rechtelijke aanspraken bij de rechter geldend te maken. Dat het EU-Handvest dit recht op toegang tot de rechter pas in 2009 heeft vastgelegd, maakt de eerdere rechtspraak over de redelijkheid van beroepstermijnen niet achterhaald.

ECLI:NL:HR:2026:1732