HR duidt de toetsing van en aansprakelijkheid inzake belastingvorderingen in faillissement

29 mei 2026

De Hoge Raad (HR) duidt deze week de toetsing van en aansprakelijkheid inzake belastingvorderingen in faillissement, verduidelijkt dat het waardedrukkend effect van erfvoorwaarden moet worden meegenomen bij berekening legitieme portie en oordeelt over inbreuk mededingingsrecht: is de rechter van de vestigingsplaats van de moedermaatschappij bevoegd? Ook oordeelt de HR dat woningverhuur een belegging voor toepassing van verliesverrekeningsbeperking bij een aandeelhouderswijziging is.

HR duidt de toetsing van en aansprakelijkheid inzake belastingvorderingen in faillissement

Civiel

In deze zaak stelde een curator in faillissement een derde partij aansprakelijk wegens onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers. Een groot deel van de schade bestond uit belastingschulden die de Ontvanger in het faillissement had ingediend. De HR oordeelt dat in zo een geval geen volledige inhoudelijke toetsing van de belastingaanslagen plaatsvindt. De derde kan zich tegenover de curator wel verweren met het betoog dat de curator of de belastingschuldige de verschuldigdheid van de belastingschuld (beter) had moeten bestrijden, zodat het nadeel voor rekening van de boedel blijft. De Ontvanger kan onrechtmatig handelen jegens een derde bij het indienen of handhaven van belastingvorderingen in een faillissement, maar met het aannemen van een dergelijke onrechtmatigheid moet behoedzaam worden omgegaan. Dat een aanslag achteraf onjuist blijkt, is onvoldoende. Een volledige inhoudelijke toetsing van belastingaanslagen is volgens de HR wel aan de orde wanneer (i) de Ontvanger een derde aansprakelijk stelt voor belastingschulden van een ander of (ii) sprake is van een concurrerende verhaalspositie tussen de derde en de Ontvanger. Met dit laatste komt de HR terug van Dumatrust/Ontvanger.

ECLI:NL:HR:2026:817

HR: waardedrukkend effect van erfvoorwaarden moet worden meegenomen bij berekening legitieme portie

Civiel

Erflater had in zijn testament een tweetrapsmaking opgenomen, waarbij een zoon tot bezwaarde erfgenaam was benoemd onder de ontbindende voorwaarde van zijn faillissement. De zoon was reeds failliet ten tijde van het overlijden van erflater, zodat hij nooit erfgenaam was geworden.

De HR verduidelijkt ten overvloede dat de waardering van erfrechtelijke verkrijgingen voor de berekening van de legitieme portie (art. 4:71 BW) moet plaatsvinden naar de werkelijke economische waarde. Daarbij moet het waardedrukkende effect van de aan de verkrijging verbonden voorwaarden, zoals een ontbindende voorwaarde, worden meegenomen. Het negeren daarvan zou afbreuk doen aan de aanspraak van de legitimaris op de legitieme portie.

ECLI:NL:HR:2026:813

Inbreuk mededingingsrecht: is de rechter van de vestigingsplaats van de moedermaatschappij bevoegd?

Civiel

Een eiser stelt een vordering in wegens een inbreuk van het mededingingsrecht tegen Athenian Brewery (Griekenland) en haar indirecte meerderheidsaandeelhouder Heineken (Nederland). Is de Nederlandse rechter bevoegd, ook ten aanzien van de (klein)dochtervennootschap in Griekenland? De eiser stelde dat beide vennootschappen samen één onderneming vormden als bedoeld in art. 102 VWEU. De gedaagden betwistten dat. De HR stelde eerder prejudiciële vragen over de uitleg van artikel 8 Brussel 1bis Verordening. De HR volgt de veelbesproken uitspraak van het HvJEU. De HR oordeelt op basis van de verstrekte antwoorden dat het hof zich bevoegd mocht verklaren omdat bij de bevoegdheidsvraag mag worden uitgegaan van het vermoeden van beslissende invloed. Het bestaan daarvan kan, ondanks betwisting, niet op voorhand worden uitgesloten.

ECLI:NL:HR:2026:814

HR: Woningverhuur is een belegging voor toepassing van verliesverrekeningsbeperking bij een aandeelhouderswijziging

Fiscaal

Belanghebbende is een vennootschap die in het belang van volkshuisvesting woningen aan particulieren verhuurt. Nadat belanghebbende wordt overgenomen door enkele nieuwe aandeelhouders wil belanghebbende oude verliezen verrekenen. De inspecteur weigert de verrekening van die oude verliezen, omdat de wet verliesverrekening beperkt als het uiteindelijke belang in een vennootschap in belangrijke mate is gewijzigd en de bezittingen van die vennootschap grotendeels uit beleggingen bestaan. Belanghebbende meent dat deze beperking in dit geval niet geldt, omdat woningverhuur in andere wetsartikelen als ondernemingsactiviteit en niet als belegging wordt aangemerkt. De HR oordeelt dat de verliesverrekeningsbeperking een eigen beleggingsbegrip kent en dat daarbij geen uitzondering voor woningverhuur geldt. De omstandigheid dat woningcorporaties sinds 2008 belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting, zoals door belanghebbende naar voren gebracht, doet hieraan niet af. De HR verklaart het cassatieberoep ongegrond.

ECLI:NL:HR:2026:811

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.