WAMCA-procedure tegen Apple: Nederlandse rechter bevoegd tot kennisneming van vorderingen van gebruikers in heel Nederland

15 januari 2026

In zijn recente Apple-uitspraak (C-34/24, ECLI:EU:C:2025:936) geeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) nadere invulling aan de bevoegdheid tot kennisneming van representatieve vorderingen (hierna: collectieve acties) wegens mededingingsverstorende gedragingen. In het licht van vaste rechtspraak, de conclusie van de advocaat-generaal en de bewoordingen van artikel 7 punt 2 Brussel I-bis (Verordening (EU) 1215/2012), kiest het HvJEU een opvallende koers door collectieve acties tot vergoeding van schade veroorzaakt door mededingingsverstorende gedragingen te vergemakkelijken. Het HvJEU beslist dat collectieve acties in zo’n geval bij één Nederlandse rechtbank kunnen worden gecentraliseerd op basis van de plaats waar de schade is ingetreden, in plaats van te vereisen dat de vorderingen worden ingesteld bij de rechter in wiens rechtsgebied de woonplaats of de zetel van de gedaagde zich bevindt of te worden verdeeld over de rechtbanken van het rechtsgebied waarin gebruikers schade hebben opgelopen. Hierdoor kunnen de collectieve acties in Amsterdam worden voortgezet en hoeft de procedure niet opnieuw te worden gestart in Ierland (de zetel van Apple) noch te worden verdeeld in afzonderlijke collectieve acties bij de 11 Nederlandse rechtbanken.

Twee Nederlandse stichtingen hebben onder de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA) een collectieve actie ingesteld bij de Rechtbank Amsterdam. Zij vorderen een verklaring voor recht dat Apple onrechtmatig handelt jegens gebruikers van apps die op iOS draaien en via de App Store NL zijn gekocht, en een veroordeling tot vergoeding van de schade die Apple deze gebruikers zou hebben toegebracht door Apple’s misbruik van haar machtspositie op de markt voor de distributie van apps voor Apple-apparaten.

Apple stelt dat de Rechtbank Amsterdam zich niet bevoegd kan verklaren op grond van artikel 7 punt 2 Brussel I-bis omdat er geen schadeveroorzakende gebeurtenis in Nederland heeft plaatsgevonden, en dat als artikel 7 punt 2 Brussel I-bis internationale bevoegdheid aan de Rechtbank Amsterdam verleent, deze bevoegdheid beperkt moet worden tot gebruikers die apps in het arrondissement van de Rechtbank Amsterdam hebben gekocht.

Artikel 7 punt 2 Brussel I-bis van toepassing op een collectieve actie wegens misbruik van machtspositie

Volgens vaste rechtspraak heeft artikel 7 punt 2 Brussel I-bis (plaats waar het schadebrengende feit zich heeft voorgedaan) betrekking op zowel de plaats waar de schade is ingetreden als op die van de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt. Deze bijzondere bevoegdheidsregel moet autonoom en restrictief worden uitgelegd en is van toepassing op vorderingen tot schadevergoeding wegens misbruik van een machtspositie. Volgens het HvJEU verleent artikel 7 punt 2 Brussel I-bis internationale en territoriale bevoegdheid aan het gerecht van de plaats waar de schade is ingetreden, ook voor collectieve acties die door bevoegde instanties namens niet-geïdentificeerde maar identificeerbare gebruikers worden ingesteld.

Artikel 7 punt 2 Brussel I-bis bepaalt de internationale en territoriale bevoegdheid van een collectieve actie op grond van misbruik van machtspositie in zijn geheel

Het HvJEU bevestigt dat de Rechtbank Amsterdam internationale bevoegdheid heeft op grond van artikel 7 punt 2 Brussel I-bis. De resterende vraag is of die bevoegdheid beperkt is tot het arrondissement Amsterdam of zich uitstrekt tot andere arrondissementen waar gebruikers gevestigd zijn of hun zetel hebben, en die zodoende buiten de territoriale bevoegdheid van het arrondissement Amsterdam vallen.

De plaats waar de schade is ingetreden moet overeenkomstig artikel 7 punt 2 Brussel I-bis worden bepaald. In dit geval komt de virtuele ruimte die de App Store NL vormt en waarbinnen de aankopen hebben plaatsgevonden, overeen met het gehele grondgebied van Nederland. Daarnaast is het volgens het HvJEU belangrijk dat de verzoeksters hun recht onder de WAMCA uitoefenen om de collectieve belangen te vertegenwoordigen van niet-geïdentificeerde maar identificeerbare gebruikers die apps kopen in de App Store NL met een Apple ID dat aan Nederland is gekoppeld en die waarschijnlijk voor het merendeel in Nederland gevestigd zijn. In deze omstandigheden hoeft de rechtbank niet voor elke vermeende gedupeerde de precieze plaats te identificeren waar mogelijk schade is ingetreden. Het feit dat het onmogelijk is om voor elke gedupeerde van de mededingingsverstorende gedragingen de precieze plaats te bepalen waar de schade is ingetreden, betekent niet dat artikel 7 punt 2 Brussel I-bis niet van toepassing is. Dit komt doordat die plaats overeenkomt met een goed afgebakend geografisch gebied: het gehele grondgebied van de lidstaat waar de markt zich bevindt die door dergelijk gedrag is getroffen.

Het HvJEU concludeert dat elke rechtbank die materieel bevoegd is om kennis te nemen van een collectieve actie wegens mededingingsverstorend gedrag, ingesteld door een daartoe bevoegde instantie zoals verzoekers, op grond van artikel 7 punt 2 Brussel I-bis internationale (zij het beperkt tot Nederland) en territoriale bevoegdheid heeft om die zaak in zijn geheel te behandelen. Aangezien de App Store NL zich richt op de Nederlandse markt, is het voorspelbaar dat een collectieve actie met betrekking tot aankopen op dat platform zal worden ingesteld bij een Nederlandse rechtbank met materiële bevoegdheid. Die uitkomst sluit aan bij de vereisten van een goede rechtsbedeling. Het HvJEU erkent verder dat schadevergoedingsvorderingen wegens een inbreuk op het mededingingsrecht doorgaans een complexe feitelijke en economische analyse vereisen. Het bundelen van individuele vorderingen kan daarom zowel het uitoefenen van het recht op schadevergoeding door gedupeerden als de taak van de aangezochte rechtbank vergemakkelijken. Deze uitspraak van het HvJEU lijkt vooral gericht te zijn op mededingingszaken en kan daarom niet zomaar worden toegepast in andere collectieve acties. Deze onzekerheid kan leiden tot meer rechtszaken en mogelijk nieuwe zaken bij het HvJEU.

Hieruit volgt dat de Rechtbank Amsterdam, op basis van de plaats waar de schade is ingetreden, internationaal en territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van alle Nederlandse gebruikers tegen Apple en dus niet alleen ten aanzien van degenen die in het arrondissement Amsterdam wonen.

Houthoff Class Action Survey & Morais Leitão & Houthoff Class Actions seminar

Vijf jaar na onze eerste Class Action Survey in 2019 hebben wij in 2024 samen met elf vooraanstaande advocatenkantoren een uitgebreide update gepubliceerd, waarbij de opvallendste ontwikkelingen in twaalf belangrijke rechtsgebieden zijn onderzocht.

Nu we aan het begin van 2026 staan, breiden we de survey verder uit naar zestien jurisdicties en advocatenkantoren en geven we daarnaast ook een korte managementsamenvatting. Wij zullen deze updates, waaronder opkomende trends en recente ontwikkelingen, in fases delen in aanloop naar het Morais Leitão & Houthoff Class Actions Seminar, dat op 13 februari op het kantoor van Morais Leitão in Lissabon zal worden gehouden. Bij die gelegenheid zullen alle inzichten worden gepresenteerd. Het seminar is gericht op juridisch adviseurs en bestuurders van bedrijven die met collectieve procedures te maken kunnen krijgen. Deelname is exclusief op uitnodiging. Neem voor een uitnodiging contact op met Isabella Wijnberg.

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.