In het voorjaar van 2025 is het wetsvoorstel in internetconsultatie gebracht. De consultatie- en adviesronde leverde 36 reacties op van onder meer advocaten, werkgevers- en werknemersorganisaties, het College voor de Rechten van de Mens, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Raad voor de rechtspraak.
Deze input heeft geleid tot verdere aanscherping van het wetsvoorstel. Omdat de wettekst in beginsel pas openbaar wordt na vaststelling van het advies van de Raad van State, blijkt dit uit de wetgevingskalender van de overheid, waar een ontwerpregeling met toelichting is gepubliceerd waarin de aanscherpingen zijn opgenomen.
Wijzigingen naar aanleiding van consultatie en adviezen
De belangrijkste doorgevoerde wijzigingen in het aangescherpte wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn:
- Het begrip “loonstructuren” is aangepast. Er is gekozen voor “een systeem voor functiewaardering en- indeling.”
- Ook de definitie van “werkgever” is veranderd. Er wordt nu in beginsel aangesloten bij de contractuele werkgever. In de wettekst wordt niet langer verwezen naar het begrip “onderneming” in de zin van de WOR.
- Het vereiste dat de ondernemingsraad (OR) de juistheid van de informatie in het kader van de rapportageverplichting moet bevestigen, is uit het wetsvoorstel geschrapt.
- In het wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen ter vergroting van de transparantie vóór indiensttreding. Er is verduidelijkt dat er geen verplichting bestaat om het salaris in de vacaturetekst op te nemen. Werkgevers moeten in ieder geval wel voorafgaand aan de onderhandelingen over het loon informatie over de bandbreedte van het loon verstrekken.
- Ten aanzien van het recht op informatie is verduidelijkt dat de werkgever voor het verstrekken van informatie over gemiddelde loonniveaus voor categorieën van werknemers zoveel mogelijk gebruik kan maken van gegevens waarover gerapporteerd moet worden.
- Voorts is verduidelijkt dat de verplichting om persoonsgegevens uitsluitend te gebruiken voor de toepassing van het beginsel van gelijke beloning, voor iedereen die kennisneemt van de persoonsgegevens geldt.
- Ook zijn enkele wijzigingen doorgevoerd over de positie van uitgeleende arbeidskrachten in het kader van de loonrapportage. Daarbij is het uitgangspunt, namelijk dat uitgeleende arbeidskrachten worden meegenomen in de rapportage van de inlener, ongewijzigd gebleven. Wel is de wijze waarop de inlener de uitgeleende arbeidskrachten hierin meeneemt gewijzigd.
- Als er sprake is van uitgeleende arbeidskrachten dient de rapportage uit twee onderdelen te bestaan. Een onderdeel gaat over de eigen werknemers en het andere over de uitgeleende arbeidskrachten. Het deel over de uitgeleende arbeidskrachten baseert de inlenende onderneming op de arbeidsvoorwaarden die op grond van de algemene informatieplicht van de Waadi zijn gedeeld met de uitlener. De gehanteerde categorieën van werknemers met gelijk of gelijkwaardig werk dienen in beide onderdelen hetzelfde te zijn.
Inwerkingtreding
De gemiddelde doorlooptijd van een adviesprocedure bij de Raad van State is twee tot drie maanden. Daarna zal het wetsvoorstel nog door de Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.
De Richtlijn bepaalt dat de lidstaten deze uiterlijk op 7 juni 2026 moeten hebben geïmplementeerd in nationaal recht. De Minister van SZW heeft de Tweede Kamer in september 2025 per brief laten weten dat het voorziene tijdpad voor tijdige implementatie niet haalbaar is. Destijds is aangegeven dat de streefdatum voor inwerkingtreding in Nederland uiterlijk 1 januari 2027 is. De Europese Commissie heeft in december 2025 in antwoord hierop laten weten dat zij verwacht dat alle lidstaten de richtlijn vóór de deadline van juni 2026 zullen omzetten. De Minister gaat in de aangepaste memorie van toelichting voor de Raad van State niet in op deze reactie van de Europese Commissie.