Het besluit
Het lopende onderzoek van de Commissie draait om een beleidswijziging die Meta in oktober 2025 voor WhatsApp doorvoerde. Door die wijziging bleef alleen Meta’s eigen AI-assistent, Meta AI, toegankelijk op het platform. In maart 2026 paste Meta haar beleid aan en liet zij concurrerende AI-assistenten weer toe, maar alleen tegen betaling. De Commissie concludeerde dat het effect daarvan gelijk was aan de oorspronkelijke toegangsweigering. Daarom legde de Commissie voorlopige maatregelen op. Meta moet concurrerende AI-assistenten opnieuw toegang geven onder de voorwaarden die vóór oktober 2025 golden. Dat betekent: kosteloos, en in ieder geval totdat de Commissie een definitief besluit neemt.
Historische context: spaarzaam gebruik van voorlopige maatregelen door de Commissie
Voorlopige maatregelen zijn tijdelijke maatregelen die de Commissie kan nemen om dringende mededingingsbezwaren aan te pakken voordat haar volledige onderzoek is afgerond. Voordat de Commissie deze maatregelen op kan leggen, moet zij vaststellen dat op het eerste gezicht sprake is van een inbreuk op het mededingingsrecht – in deze zaak: mogelijk misbruik van een economische machtspositie – én aantonen dat het risico bestaat dat de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze dreigt te worden beschadigd.
Hoewel nationale mededingingsautoriteiten (met name de Franse) voorlopige maatregelen regelmatiger als handhavingsinstrument inzetten, is de Commissie terughoudend. De meest recente gevallen betreffen de Broadcom-zaak in 2019 en de IMS Health-zaak in 2001. In deze laatste zaak schorste het Gerecht de door de Commissie opgelegde verplichting om een gegevensstructuur voor farmaceutische informatie in licentie te geven. Deze ervaring heeft hoogstwaarschijnlijk bijgedragen aan bijna twee decennia zonder voorlopige maatregelen.
Een teken van een veranderende handhavingsfilosofie
Voor wie de ontwikkelingen in Brussel volgt, komt het Meta-besluit niet uit de lucht vallen. Voormalig Eurocommissaris voor de Mededinging Margrethe Vestager liet al eerder weten dat de Commissie voorlopige maatregelen opnieuw bekeek, en stelde de vraag waarom dit instrument zo weinig werd ingezet. Later verklaarde ze dat het Broadcom-besluit uit 2019 “een voorbode is van wat er nog gaat komen”, waarbij ze benadrukte dat ze niet verwachtte nog eens achttien jaar te wachten voordat voorlopige maatregelen opnieuw zouden worden ingezet.
Het Meta-besluit heeft ook invloed op de lopende herziening van het wettelijk kader dat de handhavingsbevoegdheden van de Commissie regelt. Uit een in 2024 gepubliceerd onderzoek bleek dat verschillende betrokkenen pleitten voor ruimer gebruik van voorlopige maatregelen en vinden dat de huidige drempel te hoog ligt. De Meta-zaak fungeert daarbij als testcase. Blijft het besluit overeind, met name na rechterlijke toetsing, dan kan dat aantonen dat de bestaande bevoegdheden ook volstaan in snel veranderende digitale markten. Vernietigt de rechter het besluit, dan versterkt dat juist het pleidooi voor hervormingen.
Aanvullende handhaving: mededingingswetgeving en de Digitalemarktenverordening
Ten slotte benadrukt het besluit dat de Commissie vastbesloten is de mededingingsregels te blijven handhaven in digitale markten in combinatie met de Digitalemarktenverordening (Digital Markets Act, DMA). Hoewel de DMA aangewezen poortwachters ex-ante-verplichtingen oplegt ten aanzien van kernplatformdiensten, vallen AI-assistenten niet (of tenminste, nog niet) duidelijk binnen de reikwijdte van de DMA. Door het mededingingsrecht in te zetten, maakt de Commissie duidelijk dat de mededingingsregels een onmisbare aanvulling op de DMA blijven: zij kunnen gedragingen en markten bestrijken die het nieuwere regelgevingskader nog niet dekt.
Wat betekent dit voor bedrijven?
Het besluit laat zien dat ondernemingen hun commerciële beleid, en wijzigingen daarin, vooraf grondig moeten toetsen, zeker wanneer dat beleid de toegang van derden tot platformen of ecosystemen raakt. Dat geldt ook wanneer de DMA niet van toepassing is. Voor concurrenten die te maken krijgen met uitsluitingspraktijken, met name in opkomende en snel ontwikkelende markten, biedt het besluit perspectief: voorlopige maatregelen kunnen doeltreffend en tijdig soelaas bieden. Klagers kunnen de Commissie bewegen om voorlopige maatregelen op te leggen als zij een duidelijke schending van het mededingingsrecht kunnen aantonen en kunnen onderbouwen waarom onmiddellijk ingrijpen nodig is.
Met het Meta-besluit geeft de Commissie een duidelijk signaal af. Zij neemt niet alleen een eenmalige handhavingsmaatregel, maar formuleert ook een bredere intentieverklaring: de Commissie is bereid snel op te treden in opkomende technologiesectoren zoals AI, haar bevoegdheid om voorlopige maatregelen op te leggen is allesbehalve slapend, en handhaving in digitale markten loopt niet uitsluitend via de DMA.