Inwerkingtreding Implementatiewet CRD VI in Nederland

19 oktober 2026

De Implementatiewet kapitaalvereisten 2024 (de Implementatiewet) en het bijbehorende Implementatiebesluit (het Implementatiebesluit) zijn in werking getreden. Met de Implementatiewet worden de inhoudelijke wijzigingen uit de zesde herziene richtlijn kapitaalvereisten (CRD VI) in het Nederlands recht omgezet. De Implementatiewet wijzigt onder meer de Wet op het financieel toezicht (Wft). De inwerkingtreding vond plaats op 22 september 2026.

Het eerste voorstel van de Implementatiewet werd beschikbaar op 19 januari 2026. Begin mei 2026 publiceerden wij over belangrijke wijzigingen, uitzonderingen en praktische implicaties waar marktpartijen rekening mee moeten houden. Op 27 mei 2026 is een gewijzigd voorstel van de wet gepubliceerd. Dit voorstel is nu definitief geworden.

TCB-regime

Onder het nieuwe artikel 2:20 Wft wordt het voor niet-EU ondernemingen verboden om in Nederland kernbankdiensten te verrichten zonder een Nederlands bijkantoor en vergunning bij De Nederlandsche Bank (DNB). Dit wordt ook wel het TCB-regime genoemd. Kernbankdiensten zijn diensten 1, 2 en 6 van bijlage I van de CRD. Kernbankdienst 1 betreft het aantrekken van deposito’s en andere terugbetaalbare gelden. Kernbankdiensten 2 en 6 betreffen kort gezegd het verstrekken van leningen, en het verlenen van garanties en het stellen van borgtochten. De belangrijkste verandering in de definitieve Implementatiewet ten opzichte van het voorstel van 19 januari 2026 ziet op Kernbankdienst 1. Dit komt verder in deze News Update aan bod.

Naast dienst 1 wordt het zonder vergunninghoudend bijkantoor onder het TCB-regime dus ook verboden om diensten 2 en 6 van bijlage I van de CRD te verrichten voor niet-EU ondernemingen. Voor marktpartijen is belangrijk dat het TCB-regime ten aanzien van de voornoemde kernbankdiensten niet steeds op alle niet-EU ondernemingen van toepassing is. Dit verschilt per dienst:

  • Voor het verstrekken van leningen en het verlenen van garanties en borgtochten (dienst 2 en 6) geldt het TCB-regime voor niet-EU ondernemingen die in de EU als bank zouden kwalificeren.
  • Het aantrekken van deposito’s en andere terugbetaalbare gelden (dienst 1) wordt voor alle niet-EU ondernemingen verboden onder het TCB-regime.

Zelfs al wordt er een kernbankdienst verricht en is het TCB-regime in principe van toepassing op de desbetreffende niet-EU onderneming, dan dient nog te worden bekeken of gebruik kan worden gemaakt van een van de uitzonderingen op het TCB-regime onder CRD VI:

  • Een Nederlandse onderneming die een niet-EU bank ‘exclusief op eigen initiatief’ benadert, zonder dat daaraan communicatie of marketing vooraf is gegaan door of namens de niet-EU bank (reverse solicitation). Deze uitzondering is zeer streng; dergelijke kredietverstrekkers mogen op geen enkele manier in de EU actief zijn, (indirecte) reclame voeren of op andere wijze contact opnemen met potentiële EU-klanten;
  • Een niet-EU bank die uitsluitend aan Nederlandse banken diensten verricht (interbancaire dienstverlening);
  • Dienstverlening door een niet-EU onderneming aan een onderneming in Nederland uit dezelfde groep (intragroepdienstverlening). Dit betekent dat kernbankdiensten wel intragroep verricht mogen worden. Het verstrekken en opnemen van intragroepsleningen en het verstrekken van intragroepsgaranties wordt dus niet beperkt door het TCB-regime; en
  • Dienstverlening door een niet-EU onderneming direct gerelateerd aan het verrichten van beleggingsdiensten aan Nederlandse klanten, bijvoorbeeld het aantrekken van gelden in verband met het beheren van een portefeuille (MiFID-dienstverlening).

Verandering ten aanzien van artikel 3:5 Wft

De belangrijkste verandering ten opzichte van het voorstel van 19 januari 2026 heeft te maken met artikel 3:5 Wft. Op grond van dit artikel is het verboden om van partijen in Nederland in de uitoefening van een bedrijf opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben van het publiek. Naast enkele specifieke uitzonderingen geldt dit verbod niet voor ondernemingen met een bankvergunning in de EU.

Het oorspronkelijke voorstel bevatte een uitbreiding van dit artikel op grond waarvan het voor alle niet-EU ondernemingen tevens verboden zou zijn om van partijen in Nederland in de uitoefening van een bedrijf opvorderbare gelden aan te trekken, ter beschikking te verkrijgen of ter beschikking te hebben van een ander dan het publiek. Hiermee beoogde de wetgever duidelijk te maken dat het aantrekken van opvorderbare gelden ook breder dan van het publiek niet is toegestaan voor niet-EU ondernemingen. In de definitieve Implementatiewet is deze uitbreiding van artikel 3:5 Wft geschrapt.

Dit betekent echter niet dat niet-EU ondernemingen zonder vergunninghoudend bijkantoor van partijen in Nederland opvorderbare gelden mogen aantrekken van een ander dan het publiek. De wetgever heeft in de nota van wijziging toegelicht dat dit ook na schrapping van de toevoeging aan artikel 3:5 Wft niet is toegestaan, maar dat dit al rechtstreeks volgt uit het nieuwe artikel 2:20 Wft. Dit betekent dus ook dat het verbod om van partijen in Ne-derland in de uitoefening van een bedrijf opvorderbare gelden aan te trekken voor niet-EU ondernemingen breder is dan voor EU-ondernemingen.

Hoewel de Implementatiewet op 22 september 2026 in werking is getreden, zal het TCB-regime pas van toepassing zijn vanaf 11 januari 2027. Niet-EU ondernemingen moeten echter al wel rekening houden met het TCB-regime. De verplichting om een bijkantoor te vestigen doet op grond van CRD VI geen afbreuk aan overeenkomsten die vóór 11 juli 2026 zijn gesloten. Voor overeenkomsten inzake kernbankdiensten die na deze datum zijn gesloten moet wel rekening worden gehouden met het TCB-regime.

Samengevat heeft het TCB-regime uit CRD VI de volgende gevolgen voor niet-EU onder-nemingen die kernbankdiensten in de EU verrichten zonder vergunninghoudend bijkantoor:

Dienst Niet-EU bank Niet-EU onderneming die niet als bank kwalificeert in de EU
Dienst 1 – Het aantrekken van deposito’s en andere terugbetaalbare gelden van het publiek of (uitbreiding t.o.v. huidige situatie) een ander dan het publiek Niet toegestaan, tenzij onder uitzondering TCB-regime.

Geldt voor overeenkomsten gesloten na 11 juli 2026.

Niet toegestaan, tenzij onder uitzondering TCB-regime.

Geldt voor overeenkomsten gesloten na 11 juli 2026.

Dienst 2 – Het verstrekken van leningen, waaronder consumentenkrediet, kredietovereenkomsten met betrekking tot onroerend goed, factoring (met of zonder regres), financiering van commerciële transacties (met inbegrip van voorschotten). Niet toegestaan, tenzij onder uitzondering TCB-regime.

Geldt voor overeenkomsten gesloten na 11 juli 2026.

Toegestaan
Dienst 6 – Verlenen van garanties en stellen van borgtochten Niet toegestaan, tenzij onder uitzondering TCB-regime.

Geldt voor overeenkomsten gesloten na 11 juli 2026.

Toegestaan

 

Het is van belang dat marktpartijen tijdig nagaan wat de impact van het TCB-regime op hun dienstverlening is, en eventueel op de dienstverlening van hun contractpartijen. Meer weten over het TCB-regime of andere aspecten van de implementatie van CRD VI? Neem dan contact op met Jeroen Vossenberg en Lisanne Haarman.