Rechtsonzekerheid na SIL/Agora: asymmetrische forumkeuzes in de contractspraktijk en legal opinions

24 februari 2026

Een uitspraak van het Hof van Justitie van de EU van vorig jaar heeft tot veel discussie geleid in de commerciële contractspraktijk. Het Hof oordeelde dat een asymmetrisch forumkeuzebeding geldig is indien voldoende nauwkeurig gerechten in verschillende EU-lidstaten of in staten die partij zijn bij het Verdrag van Lugano zijn aangewezen, maar liet enkele gerelateerde kwesties onbeantwoord die van belang zijn voor onder andere de financierings- en opiniepraktijk.

Het Lastre-arrest

In februari 2025 heeft het Hof van Justitie van de EU (“HvJ“) een arrest gewezen naar aanleiding van prejudiciële vragen van het Franse Cour de Cassation in een bevoegdheidsgeschil tussen een Franse en Italiaanse partij, het zogenoemde “Lastre-arrest“. Onderwerp van het geschil was een asymmetrische forumkeuze. Een dergelijke forumkeuze leidt ertoe dat voor één van de contractspartijen het instellen van een vordering is beperkt tot één bevoegd gerecht, terwijl het de wederpartij vrij staat om ook elders een procedure te starten. Dit is een gebruikelijke forumkeuzeclausule in leningsovereenkomsten of zekerhedendocumentatie. De forumkeuzeclausule is dan doorgaans zo opgezet dat het de kredietgever of zekerhedenhouder is die de vrijheid heeft om ook elders een procedure te starten.

In het Lastre-arrest overweegt het HvJ dat zo’n asymmetrisch forumkeuzebeding geldig is indien het beding voor de beslechting van geschillen tussen partijen voldoende precies gerechten aanwijst in meerdere EU-lidstaten, dan wel in staten die partij zijn bij het Verdrag van Lugano. In zo’n geval wordt voldaan aan het nauwkeurigheidsvereiste uit art. 25 Brussel I-bis.

Vervolgens oordeelt het HvJ dat bedingen die mede staten aanwijzen die noch EU-lidstaten zijn noch aan het Verdrag van Lugano zijn gebonden (“derde landen“), in strijd zijn met EU-recht wegens schending van de doelstellingen van voorspelbaarheid, transparantie en rechtszekerheid. Volgens het EU-recht is het namelijk niet toegestaan een bevoegde rechter aan te wijzen wanneer die aanwijzing eventueel afhankelijk is van de toepassing van internationaal privaatrecht van derde landen.

Onzekerheid

Het arrest heeft stof doen opwaaien aangezien enkele fundamentele vragen onbeantwoord blijven. Ten eerste blijft onduidelijk of een ongeldig ‘asymmetrisch deel’ (waarbij dus één van de partijen een ander gerecht kan aanzoeken) van het forumkeuzebeding ook de geldigheid van het ‘symmetrische’ deel aantast, als gevolg waarvan het beding eventueel in zijn geheel ongeldig zou zijn onder art. 25 Brussel I-bis. Het HvJ stelt dat een beding waarbij voor het symmetrische deel een EU-rechter exclusief is aangewezen, en voor het asymmetrische deel andere gerechten zijn aangewezen, geldig is voor zover:

  • De “andere gerechten” gerechten zijn in EU-lidstaten dan wel verdragstaten van het Verdrag van Lugano;
  • De forumkeuze objectieve elementen bevat op basis waarvan vastgesteld kan worden over welke aangewezen rechter partijen wilsovereenstemming hebben bereikt; en
  • niet in strijd is met art. 25 lid 4 Brussel I-bis (dat verwijst naar beschermingsbepalingen 15, 19 en 23 Brussel I-bis ten behoeve van verzekeringnemers, consumenten en werknemers).

Problematisch is het gebruik van de woorden “voor zover“. Hieruit blijkt niet of het forumkeuzebeding dus in zijn geheel ongeldig zou zijn indien niet aan de drie vereisten wordt voldaan, of dat alleen de onnauwkeurige en ‘derdelandse’-elementen in het asymmetrische deel van de forumkeuze ongeldig zijn.

Daarnaast is het de vraag of een forumkeuzebeding, waarin een rechter uit een derde land wordt aangewezen, per definitie ongeldig is, zelfs als het volledig symmetrisch en exclusief is. Dit kan bijvoorbeeld spelen indien een dergelijk beding de bevoegdheid aan de rechter uit een EU-lidstaat ontneemt, die hem wel op basis van Brussel I-bis toekomt.

Tenslotte laat het HvJ het antwoord op de vraag of de asymmetrische forumkeuze in kwestie nauwkeurig genoeg was over aan de Franse rechter. De partij ten gunste van wie de asymmetrische forumkeuze geformuleerd was kon kiezen “voor een ander bevoegd gerecht in Italië of in het buitenland“. Het Franse Cour de Cassation oordeelde dat deze forumkeuze voldeed aan de eisen van art. 25 Brussel I-bis, aangezien de relatie tussen contractspartijen geen binding had met derde landen en de formulering daarom slechts kon verwijzen naar bevoegde gerechten van EU-lidstaten of verdragsstaten bij het Verdrag van Lugano. Betwijfeld kan worden of een dusdanig ruime formulering voldoet aan het nauwkeurigheidsvereiste op basis waarvan een rechter in een EU-lidstaat objectieve bevoegdheid aan kan nemen.

Opinies en kwalificaties

In de financieringspraktijk worden legal opinions afgegeven op onder andere de geldigheid en afdwingbaarheid van forumkeuzebepalingen. De uit het Lastre-arrest voortvloeiende onzekerheden met betrekking tot de geldigheid van bepaalde asymmetrische forumkeuzebepalingen beïnvloeden daarmee de legal opinions. Er zullen immers kwalificaties moeten worden opgenomen die de door Lastre gecreëerde rechtsonzekerheid benoemen. In een op 23 februari in Tijdschrift voor Contracteren gepubliceerd artikel, “Rechtsonzekerheid na SIL/Agora: asymmetrische forumkeuzes in de contractspraktijk en legal opinions”, zijn de verschillende twijfelgevallen omschreven en doen wij suggesties voor formuleringen van de benodigde kwalificaties.

Aanbevelingen

Al met al doen partijen er verstandig aan asymmetrische forumkeuzes zorgvuldig te formuleren. Bij voorkeur (in het kader van het voorkomen van bevoegdheidsgeschillen) worden slechts rechters van EU-lidstaten of verdragsstaten bij het Verdrag van Lugano aangewezen en gebeurt dit met inachtneming van de drie hierboven genoemde eisen uit het Lastre arrest.

Indien partijen tóch wensen een niet-lidstaatrechter aan te wijzen in een asymmetrische forumkeuze die verder aan de Lastre-vereisten voldoet, dient rekening te worden gehouden met het (in de meeste situaties slechts theoretische) risico dat een elders aangezochte lid- of verdragsstaatrechter de forumkeuze ter zijde schuift en bevoegdheid aanneemt. Dit tast vanzelfsprekend de bevoegdheid van de derdelandsrechter op basis van de asymmetrische forumkeuze niet aan, aangezien deze rechter Brussel I-bis niet toepast bij de toetsing van het forumkeuzebeding. Af te geven legal opinions zullen in de praktijk veelal een kwalificatie moeten bevatten met betrekking tot asymmetrische forumkeuzes.

Meer informatie en/of advies over asymmetrische forumkeuzes en de omgang daarmee in opinies? Neem dan contact op met Paul Sluijter of Jeroen Vossenberg.

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.