Voorstel Industrial Accelerator Act: wat investeerders en leveranciers moeten weten

20 maart 2026

De Europese Commissie (de Commissie) heeft haar voorstel voor wetgeving inzake een versnelling van de industrie, de Industrial Accelerator Act (IAA), gepubliceerd. Het doel van de IAA is de vraag naar schone en ‘Made in EU’-producten in belangrijke strategische sectoren te stimuleren. Hiermee wordt beoogd de economische weerbaarheid en strategische autonomie van de Europese Unie (EU) te versterken door leidende markten voor Europese koolstofarme industriële producten tot stand te brengen, waardevolle buitenlandse investeringen aan te trekken en met gestroomlijnde vergunningsprocedures productieprojecten te versnellen. Het IAA-voorstel heeft mogelijk grote gevolgen voor leveranciers die in de betrokken energie-intensieve sectoren en nettonultechnologieën actief zijn en voor investeerders van buiten de EU in batterijtechnologieën, elektrische voertuigen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen. Hieronder schetsen wij de implicaties van de ‘Made in Europe’-bepalingen van de IAA en het daarmee geïntroduceerde stelsel voor de toetsing van buitenlandse directe investeringen (foreign direct investment, FDI).

Gevolgen van ‘Made in Europe’ voor overheidsopdrachten en staatssteun

In het IAA-voorstel is een industrialiseringsdoelstelling opgenomen op grond waarvan de maakindustrie uiterlijk in 2035 goed moet zijn voor minstens 20% van het bbp van de EU. Om dit te bereiken, worden er met het voorstel nieuwe oorsprongs- en duurzaamheidsvereisten voor overheidsopdrachten en overheidssteunregelingen geïntroduceerd. Er kunnen vrijstellingen gelden, maar uitsluitend wanneer de kosten anders onevenredig zouden zijn, er geen Europese leveranciers zijn of er aanzienlijke vertragingen zouden optreden.

Op grond van het voorgestelde kader kunnen uitsluitend ondernemingen uit landen die een internationale overeenkomst voor de verlening van markttoegang met de EU hebben gesloten deelnemen aan openbare aanbestedingsprocedures met betrekking tot staal, cement, bepaalde elektrische voertuigen of specifieke nettonultechnologieën, zoals wind- en zonne-energie. De lidstaten moeten voor procedures minimumdrempels opleggen voor koolstofarme content van Europese oorsprong. De auto-industrie krijgt met strengere eisen te maken, waaronder Europese assemblageverplichtingen.

De IAA vereist van de lidstaten ook dat er overheidssteunregelingen worden opgezet overeenkomstig de oorsprongsvereisten, vereisten voor koolstofarme content, of allebei. Deze vereisten moeten gelden voor ten minste 45% van de nationale begroting voor de betrokken regelingen voor energie-intensieve industriële producten, en voor 100% van de begroting voor bepaalde nettonultechnologieën. Europese producenten kunnen daarom mogelijk ruimere marktkansen tegemoetzien, doordat overheidsopdrachten en subsidies binnen de betrokken sectoren dankzij deze vereisten richting in de EU geproduceerde goederen worden geleid. Autoproducenten moeten daarbij echter aan strenge Europese assemblageverplichtingen voldoen.

Op grond van huidige en toekomstige vrijhandelsovereenkomsten en WTO-verplichtingen kan eventueel ook content van buiten de EU als van oorsprong uit de Unie worden aangemerkt. Deze bepaling is met name relevant voor vertrouwde handelspartners van de EU, doordat leveranciers uit die landen toegang tot de markt kunnen behouden via automatische gelijkstelling met oorsprong uit de Unie. Hierdoor genieten zij een concurrentievoordeel ten opzichte van leveranciers uit andere derde landen die van overheidsopdrachten dreigen te worden uitgesloten. De Commissie blijft bevoegd tot uitsluiting van derde landen die geen nationale behandeling bieden of wanneer uitsluiting noodzakelijk is om leveringsafhankelijkheden te voorkomen.

Voorwaarden voor buitenlandse investeringen in strategische industriële sectoren

De IAA introduceert een nieuw voorwaardenkader voor buitenlandse investeringen (waaronder greenfieldinvesteringen) in vier opkomende strategische sectoren: batterijtechnologieën, elektrische voertuigen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen. In tegenstelling tot bestaande, op de nationale veiligheid gerichte stelsels voor FDI-toetsing moet dit kader ervoor zorgen dat buitenlandse investeringen specifieke waarde opleveren voor de eengemaakte Europese markt. Niet-Europese investeerders in deze sectoren uit landen met meer dan 40% van de wereldwijde productiecapaciteit kunnen te maken krijgen met aanzienlijke transactieplanning- en structureringsoverwegingen.

  • Toepassingsbereik: behalve wanneer een bestaande handelsovereenkomst met relevante verplichtingen van toepassing is, ziet het voorgestelde FDI-toetsingsregime op investeringen in de vier hiervoor genoemde strategische sectoren, maar uitsluitend wanneer het thuisland van de buitenlandse investeerder (of dat van zijn Europese dochtermaatschappij) meer dan 40% van de wereldwijde productiecapaciteit in de betreffende sector in handen heeft. De Commissie kan het toepassingsbereik naar bepaalde andere opkomende strategische sectoren uitbreiden, hoewel digitale technologieën, kunstmatige intelligentie, kwantumtechnologie en halfgeleiders zijn uitgesloten. Investeringen die gericht zijn op dienstverlening en portefeuille-investeringen zijn uitgesloten.
  • Investerings- en zeggenschapsdrempels: het stelsel geldt voor investeringen van meer dan EUR 100 miljoen, waarbij de investeerder zeggenschap van 30% of meer verkrijgt.
  • Inhoudelijke beoordeling: investeringen moeten aan minimaal vier van de volgende zes voorwaarden voldoen:
    • voor maximaal 49% in buitenlandse handen;
    • rechtstreekse investering via samenwerkingsverbanden met Europese partners;
    • IE-licentieverlening aan de Uniedoelonderneming;
    • minimaal 1% van brutojaaromzet besteed aan R&D in de EU;
    • minimumniveau van 50% aan werkgelegenheid in Europa verspreid over alle personeelscategorieën (een verplichte voorwaarde); en
    • inspanningen om minimaal 30% van de toevoer in de Unie in te kopen.

Met het oog op deze voorwaarden kan het voor investeerders noodzakelijk zijn om in een vroeg stadium in het transactieproces geschikte Europese samenwerkingspartners te vinden, van tevoren over IE-licentieafspraken te onderhandelen en het personeelsbestand zorgvuldig te plannen.

  • Melding en besluitvorming: investeerders moeten bij de door elke lidstaat aan te wijzen investeringsautoriteit (IA) een melding doen voordat ze zeggenschap van 30% of meer verwerven. De Commissie kan op elk gewenst moment voorafgaand aan het IA-besluit een schriftelijk advies uitbrengen over een aangemelde investering. Hoewel dit slechts een advies betreft, moet de IA het advies serieus meewegen en een schriftelijke onderbouwing verstrekken indien zij hiervan afwijkt. De Commissie kan besluiten de beoordeling zelf uit te voeren wanneer de investering van aanzienlijke invloed is op de waarde die aan de Europese markt wordt toegevoegd, wanneer de investeringswaarde meer dan EUR 1 miljard bedraagt, of op verzoek van de IA. Indien de Commissie hiertoe overgaat, heeft zij uiteindelijke beslissingsbevoegdheid.
  • Procedurele tijdlijnen: de IA moet binnen 30 dagen, met mogelijkheid tot verlenging met maximaal 15 dagen bij gerechtvaardigde omstandigheden, besluiten over de ontvankelijkheid van een melding van een investering. Zij moet de investering binnen 60 dagen (of 75 dagen indien de ontvankelijkheidstermijn met 15 dagen is verlengd) goed- of afkeuren, ook deze periode kan bij gerechtvaardigde omstandigheden met 30 dagen worden verlengd.
  • Handhaving: IA’s moeten toezien op de naleving van de bovenstaande inhoudelijke voorwaarden aan de hand van periodieke rapportages die door de buitenlandse investeerder worden aangeleverd. Niet-melding kan leiden tot boetes van minimaal 5% van de gemiddelde dagelijkse totaalomzet.

Vervolgstappen

De Commissie heeft een feedbackperiode van acht weken ingesteld. De feedback wordt samengevat en aan het Europees Parlement en de Raad voorgelegd, die het voorstel voor de IAA gaan beoordelen en behandelen. Gezien de gevoeligheid en complexiteit zal het naar verwachting nog meer dan een jaar duren voor het voorstel wordt aangenomen. Belanghebbenden doen er goed aan om in een vroeg stadium met het Europees Parlement en de Raad in gesprek te gaan over de uitwerking van de uiteindelijke tekst, met name met betrekking tot de gelijkwaardigheid ten aanzien van derde landen (en verenigbaarheid met WTO-vereisten en vrijhandelsovereenkomsten), betrokken sectoren, drempels en vrijstellingen.

Wij blijven de ontwikkelingen nauwlettend volgen en publiceren updates hierover in onze EU-nieuwsbrief.

Schrijf je hier in

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.