De tijd dringt: twee maanden tot de herziene EU-productaansprakelijkheidsregels van kracht moeten worden

2 oktober 2026

De Nederlandse regering publiceerde op 3 september haar reactie op kamervragen over het wetsvoorstel ter implementatie van de herziene EU-Richtlijn Productaansprakelijkheid (Richtlijn (EU) 2024/2853). De nieuwe regels moeten uiterlijk 9 december 2026 in nationaal recht zijn omgezet, wat betekent dat het gemoderniseerde productaansprakelijkheidsregime binnenkort in Nederland van kracht wordt.

Wat verandert er?

De herziene EU-Richtlijn Productaansprakelijkheid is op 8 december 2024 in werking getreden en breidt het EU-kader voor productaansprakelijkheid aanzienlijk uit. De Nederlandse implementatie daarvan ligt klaar en is binnenkort onderwerp van parlementair debat. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  • Bredere kring van aansprakelijke personen: wanneer er geen in de EU gevestigde fabrikant is, kunnen achtereenvolgens importeurs, gemachtigden, fulfilmentdienstverleners, distributeurs en (onder voorwaarden) onlineplatforms aansprakelijk worden gehouden voor schade door een gebrekkig product. De kring van aansprakelijke partijen wordt verbreed van “producent” naar “marktdeelnemer”, volgens een getrapte aansprakelijkheidsstructuur.
  • Het begrip “product” wordt verruimd: software, waaronder AI-systemen, valt nu expliciet onder het productbegrip. Hiermee wordt verduidelijkt dat ook losse software, digitale fabricagebestanden en updates onder de richtlijn kunnen vallen. Software-updates die een product gebrekkig maken vallen eveneens onder de aansprakelijkheid, mits de fabrikant zeggenschap heeft over de update. Tot slot worden elektriciteit en grondstoffen, zoals gas en water, voortaan ook als producten beschouwd.
  • Circulaire economie: reparateurs en refurbishers zijn in beginsel niet aansprakelijk op grond van de richtlijn. Zij kunnen echter toch als “fabrikant” worden aangemerkt als zij een ingrijpende wijziging aanbrengen buiten de zeggenschap van de oorspronkelijke fabrikant en het product vervolgens opnieuw in de handel brengen. Zij dragen dan de risicoaansprakelijkheid voor de schade ontstaan uit het gebrekkige product, al ligt de drempel voor een “ingrijpende wijziging” hoog.
  • Verbeterde positie voor consumenten: de richtlijn introduceert weerlegbare bewijsvermoedens van gebrekkigheid en causaal verband in bepaalde gevallen, met name bij complexe producten zoals producten met AI. Een product wordt vermoed gebrekkig te zijn indien de verweerder geen toegang verschaft tot relevant bewijsmateriaal, het product niet voldoet aan dwingende productveiligheidsvoorschriften of het bij normaal te verwachten gebruik kennelijk disfunctioneert. Dit verlicht de bewijslast voor benadeelde consumenten, terwijl fabrikanten de mogelijkheid behouden om tegenbewijs te leveren.
  • Uitgebreidere schadevergoeding: naast een vergoeding voor overlijden en lichamelijk letsel, kan nu ook geestelijk letsel tot vergoedbare schade door een gebrekkig product behoren. De franchise van € 500 voor zaakschade is geschrapt, waardoor ook kleine schades onder de regeling vallen en benadeelden voortaan aanspraak kunnen maken op volledige compensatie.

Nederlandse implementatiekeuzes

De Nederlandse regering heeft bevestigd dat de herziene richtlijn zuiver en lastenluw wordt geïmplementeerd. Daarbij zijn twee expliciete keuzes gemaakt:

  • Het ontwikkelingsrisicoverweer (state-of-the-art-verweer) blijft gehandhaafd. Dit betekent dat fabrikanten niet aansprakelijk zijn als het gebrek niet kon worden ontdekt op basis van de objectieve stand van de wetenschappelijke en technische kennis ten tijde van het in de handel brengen van het product.
  • Er wordt geen sectoraal compensatiefonds opgericht. De herziene richtlijn biedt de mogelijkheid om een fonds in te richten voor consumenten die geen schadevergoeding krijgen omdat er geen marktdeelnemer (meer) is of omdat deze insolvent is, maar Nederland maakt hiervan geen gebruik.

Wat betekent dit voor fabrikanten, distributeurs en importeurs?

Nu de implementatiedeadline nadert, doen fabrikanten, importeurs en andere marktdeelnemers er goed aan hun productaansprakelijkheidsrisico’s te beoordelen in het licht van de aanstaande wetgeving. Dit is met name relevant voor bedrijven in de technologie-, software- en AI-sector, evenals ondernemingen die actief zijn in reparatie, refurbishment en de circulaire economie.

De herziene productaansprakelijkheidsregels vullen de Verordening Algemene Productveiligheid (EU) 2023/988 aan, die sinds 13 december 2024 van toepassing is. Samen vormen deze instrumenten het gemoderniseerde EU-kader voor productveiligheid en -aansprakelijkheid waar elke fabrikant en importeur zich van bewust dient te zijn.

Contact

Hebt u vragen over het nieuwe productaansprakelijkheidsregime voor uw onderneming? Neem gerust contact op met het Houthoff product liability team.