Hoge Raad: Beoordeling hoger beroep bij verstek geïntimeerde

17 juni 2022

Beoordeling hoger beroep bij verstek geïntimeerde

Civiel

Als de rechter verstek verleent, wijst hij de vordering toe, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (art. 139 Rv). Dit geldt ook in hoger beroep (art. 353 lid 1 Rv), maar niet steeds hetzelfde als in eerste aanleg. Volgens de HR moet de appelrechter ermee beginnen na te gaan of de grieven van de appellant tegen de in eerste aanleg gedane uitspraak succes hebben. Is dat niet het geval, dan blijft die uitspraak ook bij verstek van geïntimeerde in stand. Als appellant met zijn grieven succes heeft, moet de appelrechter bij verstek van geïntimeerde, die in eerste aanleg gedaagde was op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep, het door die geïntimeerde in eerste aanleg gevoerde verweer in zijn beoordeling betrekken.

ECLI:NL:HR:2022:867

Krapte op de arbeidsmarkt irrelevant voor non-concurrentiebeding

Civiel

Volgens art. 7:653 lid 3 BW kan een non-concurrentiebeding door de rechter geheel of gedeeltelijk worden vernietigd indien een werknemer, in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, daardoor onbillijk wordt benadeeld. In kort geding kan slechts schorsing van het non-concurrentiebeding plaatsvinden. De HR oordeelt dat binnen de te maken belangenafweging geen rol bestaat voor het belang van de werkgever om een werknemer nog een zekere tijd in dienst te houden. Dit wordt niet anders indien een krappe arbeidsmarkt het werkgevers bemoeilijkt om vervangend personeel te vinden.

ECLI:NL:HR:2022:894

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.