Privacy, Class actions, GDPR, AVG, Algemene verordening gegevensbescherming, Europese Hof van Justitie,

Class Actions en Privacy & Data Protection

Europese Hof van Justitie doet uitspraak over AVG-schadevergoeding
4 mei 2023
Het Hof van Justitie van de Europese Unie ("HvJEU") heeft in een belangrijk arrest art. 82 Algemene Verordening Gegevensbescherming ("AVG") uitgelegd:

  • Een inbreuk op de AVG op zich is niet voldoende voor het toekennen van materiële of immateriële schadevergoeding in de zin van art. 82 lid 1 AVG';
  • Immateriële schade hoeft niet een bepaalde mate van ernst te bereiken om voor vergoeding in aanmerking te komen;
  • Het bepalen van de omvang van de schadevergoeding wordt – met inachtneming van de Unierechtelijke beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid – aan het nationale recht overgelaten.

In deze zaak had Österreichische Post zonder toestemming de persoonsgegevens verwerkt van een natuurlijke persoon ("UI") door uit een gegevensverzameling te extrapoleren dat UI een grote affiniteit had met een bepaalde politieke partij. UI was beledigd en boos over de aan hem toegeschreven affiniteit en vorderde EUR 1000 aan immateriële schadevergoeding van Österreichische Post wegens schending van de AVG. De Oostenrijkse rechter wees de vordering in twee instanties af, omdat het Oostenrijks nationaal recht vereist dat de gestelde immateriële schade enig 'gewicht' heeft om voor vergoeding in aanmerking te komen.

Op de prejudiciële vragen van het Oberste Gerichtshof antwoordde het HvJEU dat de begrippen "materiële of immateriële schade" en "schadevergoeding voor de geleden schade" uit art. 82 AVG autonome begrippen van het Unierecht zijn, die in alle lidstaten uniform moeten worden uitgelegd. Uit de bewoordingen van art. 82 lid 1 AVG volgt dat voor het toekennen van schadevergoeding een schending van de AVG op zich onvoldoende is, nu daarin drie cumulatieve voorwaarden voor schadevergoeding worden genoemd: een inbreuk op de AVG, schade en een causaal verband tussen de inbreuk en de schade.

Voorts overwoog het HvJEU dat het begrip "schade" in art. 82 AVG niet wordt gedefinieerd en dat dit begrip ruim moet worden uitgelegd. Art. 82 AVG vereist niet dat immateriële schade een bepaalde drempel van ernst bereikt om voor vergoeding in aanmerking te komen. Een nationale regeling die een dergelijke drempel opwerpt is niet verenigbaar met de AVG. Dit laat onverlet dat de benadeelde moet bewijzen dat de gevolgen van de schending van de AVG immateriële schade in de zin van art. 82 AVG vormen.

Tot slot oordeelde het HvJEU dat het bepalen van de omvang van de schadevergoeding aan het nationale recht wordt overgelaten, met inachtneming van de Unierechtelijke beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid. Naar voor de hand ligt zal op het recht op schadevergoeding van art. 82 AVG onder het Nederlandse recht afdeling 6.1.10 BW van toepassing zijn en daarmee de bepaling over winstafdracht (art. 6:104 BW).

HvJEU 4 mei 2023, C-300/21, ECLI:EU:C:2023:370 (UI/Österreichische Post)

Written by:

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner
Thomas de Weerd

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Partner

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Counsel

Key Contact

Amsterdam
Advocaat | Counsel