Belangrijke verbeteringen zijn onder meer de verplichte screeningmechanismen in alle lidstaten, een gemeenschappelijk minimaal sectoraal toepassingsgebied dat zich tot gevoelige en strategische gebieden uitstrekt, en de ruimere definitie van indirecte buitenlandse zeggenschap, om investeringen te ondervangen van in de EU gevestigde investeerders die onder uiteindelijke zeggenschap staan van (rechts)personen buiten de EU. Nationale procedures moeten een beoordelingsproces in twee fasen omvatten, alsmede bepalingen om screening achteraf van niet-aangemelde transacties mogelijk te maken, met als doel de procedure te versterken. De samenwerkingsmechanismen tussen lidstaten worden uitgebreid, en de duidelijkere risicobeoordelingscriteria gaan zorgen voor meer consistentie in het opsporen van mogelijke risico’s voor de veiligheid en openbare orde. De transparantie wordt ook verbeterd, onder meer door middel van verplichtingen voor lidstaten om met betrekking tot hun screeningmechanismen richtsnoeren te publiceren. Ten slotte worden belangrijke procedurele elementen tussen de lidstaten geharmoniseerd om concerninvesteringen te faciliteren.
De herziene FDI-verordening zal na invoering waarschijnlijk gemengde kortetermijngevolgen hebben. Aan de ene kant zullen het aantal indieningen en het inroeprisico voor niet-aangemelde transacties toenemen, en zal er een hogere nalevingsdruk ontstaan zodra in de lidstaten de regels in nationale wetgeving zijn geïmplementeerd en richtsnoeren zijn gepubliceerd. In gevoelige zaken kunnen de tweefasenbeoordeling en uitgebreidere samenwerking leiden tot langere doorlooptijden in landen waar een dergelijk mechanisme nog niet is ingesteld. Aan de andere kant zijn er ook vroegtijdige voordelen te herkennen, zoals een duidelijker toepassingsgebied in jurisdicties waar de gemeenschappelijke minimumsectorlijst snel wordt ingevoerd, meer standaardisatie van informatievereisten, en meer transparantie en voorspelbaarheid.
Gezien het Nederlandse FDI-kader onder de Wet veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (de Wet Vifo) zal de herziene FDI-verordening waarschijnlijk geen grote gevolgen hebben. In de Nederlandse regeling is al een beoordelingsproces in twee fasen opgenomen, waardoor er geen wezenlijke wijzigingen worden verwacht. Daarnaast sluit het voorstel aan bij de eerdere openbare consultatie van de Nederlandse overheid tot wijziging van het sectorale toepassingsgebied van de Wet Vifo. Bij dergelijke wijzigingen zullen de nieuwe Europese definities naar verwachting nauwgezet worden gevolgd, zodat aan het definitieve “gemeenschappelijke minimale toepassingsgebied” wordt voldaan.
De herziene FDI-verordening zal naar verwachting in de eerste helft van 2026 in werking treden, na formele goedkeuring van de Raad en het Europees Parlement. Het nieuwe kader zal achttien maanden na inwerkingtreding volledig van toepassing worden. Onze FDI-experts adviseren cliënten regelmatig over FDI-aangelegenheden en verzorgen de indiening bij de Nederlandse FDI-autoriteit. Klik hier voor meer informatie.