Nieuwe tijdslijn
De AI Act is op 1 augustus 2024 in werking getreden, en de verschillende onderdelen worden gefaseerd van kracht. De eerste regels zijn sinds 2 februari 2025 van toepassing. Met de AI Omnibus-verordening is de oorspronkelijke tijdlijn verder opgeschoven. De bepalingen voor AI-systemen met een hoog risico zijn namelijk uitgesteld tot 2 december 2027 (voor hoog-risico AI-systemen uit Bijlage III AI Act) respectievelijk 2 augustus 2028 (voor producten met ingebouwde hoog-risico AI-systemen uit Bijlage I AI Act). Pas nadat het laatste onderdeel van toepassing is geworden zal de AI Act volledig van kracht zijn. De huidige tijdlijn voor het ingaan van alle bepalingen ziet er daardoor als volgt uit:
- 2 februari 2025: bepalingen over verboden AI-systemen van toepassing
- 2 augustus 2025: bepalingen voor aanbieders van AI-modellen voor algemene doeleinden van toepassing
- 2 augustus 2026: transparantieverplichtingen
- 2 december 2027: bepalingen voor hoog-risico AI-systemen (nieuwe deadline)
- 2 augustus 2028: bepalingen voor producten met ingebouwde hoog-risico AI-systemen van toepassing (nieuwe deadline)
- 2 augustus 2030: bepalingen voor hoog-risico AI-systemen bij de overheid
Transparantieverplichtingen ingegaan per 2 augustus 2026
De transparantieverplichtingen uit artikel 50 AI Act hebben als doel misleiding tegen te gaan en personen in staat te stellen geïnformeerde beslissingen te nemen. De verplichtingen gelden voor alle AI-systemen die onder de vier in artikel 50 beschreven situaties vallen, ongeacht of zij als hoog-risico zijn geclassificeerd. Dit betekent dat ook organisaties zonder hoog-risico AI significante verplichtingen kunnen hebben, bijvoorbeeld bij inzet van een klantenservice-chatbot of publicatie van AI-gegenereerde tekst. De transparantieverplichtingen gelden voor de volgende AI-systemen:
- Directe interactie met natuurlijke personen
Wanneer AI-systemen bedoeld zijn om direct met natuurlijke personen te interageren (denk aan chatbots, avatars, voice assistants etc.), moeten die door de aanbieders zo zijn ontworpen dat het voor de natuurlijke personen direct duidelijk is dat zij met een AI-systeem communiceren. - AI-systemen die synthetische inhoud genereren
De synthetische inhoud die door AI-systemen wordt gegenereerd (tekst, beeld, audio of video) moet door aanbieders herkenbaar en machineleesbaar gemarkeerd worden als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd (denk aan een digitaal ‘watermerk’ of label). Bovendien moet die markering detecteerbaar zijn. - AI-systemen voor emotieherkenning of biometrische categorisering
Als natuurlijke personen worden blootgesteld aan AI-systemen die bedoeld zijn voor het herkennen van emoties of biometrische categorisering, moeten zij hierover geïnformeerd worden door de gebruiksverantwoordelijke. - AI-systemen die deepfakes genereren/wijzigen of teksten publiceren om het publiek te informeren over aangelegenheden van algemeen belang
Gebruiksverantwoordelijken moeten het bekendmaken wanneer beeld-, audio- of videocontent een deepfake is, en wanneer tekst die wordt gepubliceerd over aangelegenheden van algemeen belang kunstmatig is gegenereerd of bewerkt.
Code of Practice
De Europese Commissie biedt door middel van een Code of Practice en richtsnoeren handvatten voor de naleving van de transparantieverplichtingen uit de AI Act. De Code of Practice bevat praktische maatregelen die aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen kunnen nemen om aan de verplichtingen te voldoen en dit door ondertekening ook aan te tonen. De richtsnoeren zijn daarentegen bedoeld om de reikwijdte van de transparantieverplichtingen te verduidelijken. Samen bieden zij zowel een praktisch als een juridisch kader voor naleving.
Effect van de Omnibus-verordening
Naast het uitstel van bepalingen voor hoog-risico AI-systemen introduceert de op 27 juli 2026 in werking getreden Omnibus-verordening twee nieuwe verboden AI-praktijken door wijziging van artikel 5 AI Act:
- Niet-consensuele intieme beelden. AI-systemen die zonder toestemming van de afgebeelde persoon realistische intieme beelden kunnen genereren worden verboden.
- Kindermisbruikmateriaal. AI-systemen die het mogelijk maken om materiaal van seksueel kindermisbreuk te genereren worden verboden.
Het verbod op het op de markt brengen of het in gebruik stellen geldt indien: het genereren of manipuleren het beoogde doel van het systeem is, of het systeem dit als redelijkerwijs voorzienbaar en reproduceerbaar resultaat mogelijk maakt zonder adequate technische veiligheidsmaatregelen. Het verbod op gebruik geldt daarnaast alleen indien de gebruiksverantwoordelijke het systeem actief voor dat doel inzet. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken hebben tot 2 december 2026 om hun AI-systemen in overeenstemming te brengen met de nieuwe verboden.
Handhaving en sancties
De handhaving van de transparantieverplichtingen berust primair bij de nationale markttoezichtautoriteiten. Het AI-bureau van de Europese Commissie heeft een beperkte rol voor AI-systemen die zijn gebouwd op AI-modellen voor algemene doeleinden. Bij niet-naleving van artikel 50 kunnen boetes worden opgelegd tot 15 miljoen euro of 3% van de wereldwijde jaaromzet, waarbij proportionaliteit in acht wordt genomen voor kmo’s en kleine midcap-ondernemingen.
Vervolgstappen
Organisaties die AI-systemen aanbieden of inzetten doen er goed aan nu de actie te ondernemen: vaststellen of zij aanbieder of gebruiksverantwoordelijke zijn, een inventarisatie maken van AI-systemen die onder artikel 50 vallen, en de vereiste transparantiemaatregelen implementeren. Voor AI-systemen die vóór 2 augustus 2026 op de markt zijn gebracht, geldt een overgangsperiode tot 2 december 2026 voor de verplichte machineleesbare markering. De komende maanden zullen verdere richtsnoeren en handhavingspraktijken zich verder uitkristalliseren.