Prejudiciële vragen aan de hoge raad

De Hoge Raad is de hoogste rechter in Nederland en vervult een centrale rol in de rechtsontwikkeling, rechtseenheid en rechtsbescherming. Uitspraken van de Hoge Raad zijn leidend voor lagere rechters.
Prejudiciële vragen aan de hoge raad

Prejudiciële vragen door lagere rechters

Soms bereiken belangrijke rechtsvragen de Hoge Raad niet of pas laat, terwijl de maatschappelijke behoefte aan een richtinggevende uitspraak (op korte termijn) groot is. Om die reden is het voor lagere rechters (rechtbank en hoven) mogelijk gemaakt om in een lopende zaak vragen te stellen aan de Hoge Raad over de uitleg of geldigheid van een bepaalde rechtsregel. Deze vragen worden prejudiciële vragen genoemd. De mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen is er in zowel civiele zaken als straf- en belastingzaken. Het onderstaande geldt dan ook, tenzij anders vermeld, voor deze drie typen procedures.

Daarnaast kan de lagere rechter, net als de Hoge Raad, prejudiciële vragen stellen aan supranationale rechters, zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Wanneer stelt de rechter een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad?

De rechter kan, op verzoek van een partij of uit zichzelf (ambtshalve), een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad stellen als antwoord op die vraag nodig is voor een beslissing op de eis of het verzoek én de vraag rechtstreeks van belang is voor:

  • massavorderingen: veel vorderingen die draaien om dezelfde of bijna dezelfde feiten. In civiele zaken valt te denken aan massaclaims onder de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie (WAMCA); of
  • de afhandeling van talrijke vergelijkbare zaken, waarin dezelfde vraag speelt, bijvoorbeeld een rechtsvraag over de uitleg van nieuwe wetgeving.

Prejudiciële procedure bij de Hoge Raad

Een prejudiciële procedure start met de toezending van de uitspraak van de lagere rechter aan de Hoge Raad. Vervolgens beslist de Hoge Raad om een vraag niet te behandelen, en hoeft dit niet te motiveren. Als de Hoge Raad de vraag wel in behandeling neemt, hebben partijen de mogelijkheid om schriftelijke opmerkingen in te dienen. Omdat het belang van de prejudiciële vraag meestal verder reikt dan de individuele zaak waarin deze is gesteld, kan het van belang zijn dat de Hoge Raad een zo volledig mogelijk beeld krijgt van de juridische en maatschappelijke context. In civiele zaken en strafzaken kunnen daarom, na toestemming daarvoor van de Hoge Raad, ook derden schriftelijke opmerkingen indienen. In belastingzaken kunnen derden zonder toestemming van de Hoge Raad schriftelijke opmerkingen indienen. Die derden kunnen bijvoorbeeld consumentenorganisaties en vakbonden zijn.

In civiele zaken geldt dat de schriftelijke opmerkingen moeten worden ingediend door een cassatieadvocaat, en in strafzaken door een advocaat. In belastingzaken mogen partijen ook zelf de schriftelijke opmerkingen indienen.

Kosten van de prejudiciële procedure

Voor een prejudiciële procedure betalen partijen geen griffierecht. De Hoge Raad stelt in zijn uitspraak wel de kosten (advocaatkosten en andere kosten) van de prejudiciële procedure vast. Dat gaat om een relatief laag en lang niet kostendekkend bedrag. Deze kosten worden eerst door partijen zelf gedragen. De rechter die de prejudiciële vraag heeft gesteld beslist vervolgens welke partij dat bedrag aan de andere partij moet vergoeden.

Termijnen en duur van de prejudiciële procedure

In de wet zijn geen specifieke termijnen vastgesteld voor de prejudiciële procedure. De Hoge Raad moet ervoor zorgen dat de procedure vlot verloopt. In de praktijk duurt de civiele prejudiciële procedure bij de Hoge Raad zes tot twaalf maanden.

De prejudiciële beslissing is genomen – en dan?

Na uitspraak van de Hoge Raad stuurt de griffier een kopie van de uitspraak, samen met alle overige stukken uit de prejudiciële procedure, aan de rechter die de prejudiciële vraag heeft gesteld. Deze rechter beslist vervolgens over de zaak, rekening houdend met de beslissing van de Hoge Raad. Voordat de rechter uitspraak doet, krijgen partijen de gelegenheid om zich uit te laten over de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad.