Wetvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen gewijzigd en voor advies naar Raad van State verstuurd

16 april 2026

De Afdeling advisering van de Raad van State (“De Afdeling”) heeft op 7 april 2026 haar advies gepubliceerd. Het wetsvoorstel moet de Europese Richtlijn loontransparantie omzetten in Nederlandse wetgeving.

In het voorjaar van 2025 is het wetsvoorstel in internetconsultatie gebracht. De consultatie- en adviesronde leverde 36 reacties op van onder meer advocaten, werkgevers- en werknemersorganisaties, het College voor de Rechten van de Mens, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) en de Raad voor de rechtspraak.

Deze input heeft geleid tot verdere aanscherping van het wetsvoorstel. Omdat de wettekst in beginsel pas openbaar wordt na vaststelling van het advies van de Raad van State, blijkt dit uit de wetgevingskalender van de overheid, waar een ontwerpregeling met toelichting is gepubliceerd waarin de aanscherpingen zijn opgenomen.

Wijzigingen naar aanleiding van consultatie en adviezen

De belangrijkste doorgevoerde wijzigingen in het aangescherpte wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn:

  • Het begrip “loonstructuren” is aangepast. Er is gekozen voor “een systeem voor functiewaardering en- indeling.”
  • Ook de definitie van “werkgever” is veranderd. Er wordt nu in beginsel aangesloten bij de contractuele werkgever. In de wettekst wordt niet langer verwezen naar het begrip “onderneming” in de zin van de WOR.
  • Het vereiste dat de ondernemingsraad (OR) de juistheid van de informatie in het kader van de rapportageverplichting moet bevestigen, is uit het wetsvoorstel geschrapt.
  • In het wetsvoorstel zijn maatregelen opgenomen ter vergroting van de transparantie vóór indiensttreding. Er is verduidelijkt dat er geen verplichting bestaat om het salaris in de vacaturetekst op te nemen. Werkgevers moeten in ieder geval wel voorafgaand aan de onderhandelingen over het loon informatie over de bandbreedte van het loon verstrekken.
  • Ten aanzien van het recht op informatie is verduidelijkt dat de werkgever voor het verstrekken van informatie over gemiddelde loonniveaus voor categorieën van werknemers zoveel mogelijk gebruik kan maken van gegevens waarover gerapporteerd moet worden.
  • Voorts is verduidelijkt dat de verplichting om persoonsgegevens uitsluitend te gebruiken voor de toepassing van het beginsel van gelijke beloning, voor iedereen die kennisneemt van de persoonsgegevens geldt.
  • Ook zijn enkele wijzigingen doorgevoerd over de positie van uitgeleende arbeidskrachten in het kader van de loonrapportage. Daarbij is het uitgangspunt, namelijk dat uitgeleende arbeidskrachten worden meegenomen in de rapportage van de inlener, ongewijzigd gebleven. Wel is de wijze waarop de inlener de uitgeleende arbeidskrachten hierin meeneemt gewijzigd.
  • Als er sprake is van uitgeleende arbeidskrachten dient de rapportage uit twee onderdelen te bestaan. Een onderdeel gaat over de eigen werknemers en het andere over de uitgeleende arbeidskrachten. Het deel over de uitgeleende arbeidskrachten baseert de inlenende onderneming op de arbeidsvoorwaarden die op grond van de algemene informatieplicht van de Waadi zijn gedeeld met de uitlener. De gehanteerde categorieën van werknemers met gelijk of gelijkwaardig werk dienen in beide onderdelen hetzelfde te zijn.

Advies Raad van State

De Afdeling plaatst hierbij diverse kanttekeningen bij het wetsvoorstel en adviseert om hiermee rekening te houden voordat het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Vervolgens moet het wetsvoorstel nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

De belangrijkste adviespunten van de Raad van State zijn als volgt:

  • De Afdeling adviseert te motiveren waarom is afgezien van de lidstaatoptie om loonrapportages door een nationale overheidsdienst te laten opstellen op basis van reeds beschikbare gegevens, wat minder belastend en beter vergelijkbaar zou zijn geweest. Zij adviseert de mogelijkheden om de lastendruk te beperken nader te onderzoeken.
  • De Afdeling acht een realistische uiteenzetting over de doeltreffendheid en doelmatigheid van de maatregelen wenselijk, gelet op de aanzienlijke administratieve lasten en regeldruk.
  • De Afdeling vraagt om verduidelijking hoe om te gaan met non-binaire werknemers: moeten hun beloningen buiten beschouwing blijven, of worden meegenomen bij mannen of vrouwen – en zo ja, op welke grondslag?
  • De Afdeling adviseert de waarborgen voor persoonsgegevens te versterken: de richtlijnbepaling over beperkt gebruik van herleidbare beloningsinformatie is niet geïmplementeerd en de rechtsgrondslag voor verwerking van persoonsgegevens moet worden verduidelijkt.
  • De Afdeling adviseert om zo snel mogelijk zekerheid te bieden over welke instantie het monitoringsorgaan wordt en of tijdig aan de gestelde randvoorwaarden voor de uitvoerbaarheid kan worden voldaan.
  • Tot slot adviseert de Afdeling in te gaan op de gevolgen van het overschrijden van de implementatietermijn (uiterlijk 7 juni 2026) en de eerste rapportagedatum (uiterlijk 7 juni 2027). De richtlijn biedt geen ruimte voor een latere datum, ook niet bij overschrijding. De Afdeling adviseert de rapportagedatum aan te passen aan de richtlijn.”

Tot slot

Het is voor werkgevers verstandig om nu al stil te staan bij de verplichtingen die de implementatie met zich meebrengt, zodat zij tijdig kunnen voldoen aan de nieuwe eisen omtrent loontransparantie. Het ministerie van SZW heeft een handreiking en checklist laten ontwikkelen om werkgevers op weg te helpen bij het hebben van een goed systeem van functiewaardering en -indeling (loonstructuur).

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.