Key takeaways
- De Richtsnoeren bieden een algemeen kader om te beoordelen wanneer gedragingen van een onderneming met een machtspositie neerkomen op “misbruik”.
- Bepaald gedrag wordt als inherent misbruikend beschouwd, waardoor geen gedetailleerde economische analyse nodig is.
- Marktleiders hebben meer ruimte om hun gedrag te rechtvaardigen op basis van efficiëntie of het algemeen belang.
Een algemeen kader voor het beoordelen van misbruik
De Richtsnoeren bevatten een tweeledige toets voor misbruik. Om een inbreuk vast te stellen, moet de Commissie aantonen dat het gedrag: afwijkt van “mededinging op basis van verdienste”; en uitsluitingseffecten kan hebben. Hoewel de Richtsnoeren een ruime definitie geven van wat “mededinging op basis van verdienste” inhoudt, ligt de nadruk op het identificeren van gedrag dat daarbuiten valt. Voorbeelden hiervan zijn het verstrekken van misleidende informatie over concurrerende producten of het gunstiger behandelen van de eigen producten van de onderneming met een machtspositie (zelfbevoordeling).
Om uitsluitingseffecten vast te stellen, moet de Commissie aantonen dat het gedrag het normale concurrentieproces kan belemmeren. De analytische benadering varieert naargelang het soort gedrag. Voor gedrag dat ziet op de prijs is de toets of het gedrag een hypothetische concurrent zou kunnen uitsluiten die even efficiënt is als de onderneming met een machtspositie. Voor niet-prijsgerelateerde gedragingen is een dergelijke analyse van een “even efficiënte concurrent” niet vereist. Een onderscheid dat onlangs door het Hof van Justitie is bekrachtigd (zie onze eerdere publicatie).
Gedraging die “uit haar aard schadelijk is voor de mededinging”
Hoewel de Commissie het gedrag van een onderneming met een machtspositie in het algemeen grondig moet onderzoeken, voorzien de Richtsnoeren in een uitzondering: gedragingen die “naar haar aard” schadelijk zijn voor de mededinging. Deze categorie, die de in de ontwerprichtsnoeren gebruikte term “naked restrictions” vervangt, omvat gedrag dat geen andere economische grond heeft dan het beperken van de mededinging. Een voorbeeld hiervan is het betalen van klanten om de producten van een concurrent niet te verkopen of de verkoop ervan uit te stellen. De Richtsnoeren maken duidelijk dat pogingen om dergelijk gedrag te verdedigen slechts zeer zelden succesvol zullen zijn.
Uitgebreid kader voor objectieve rechtvaardigingen
Een onderneming met een machtspositie kan haar gedrag rechtvaardigen indien dit efficiëntieverbeteringen oplevert of doelstellingen van algemeen belang dient. De definitieve richtsnoeren breiden dit verdedigingskader aanzienlijk uit – er worden zo’n 45 paragrafen gewijd aan een onderwerp dat in de ontwerpversie van de Richtsnoeren in slechts enkele paragrafen aan de orde kwam. Met name wordt in de Richtsnoeren nu erkend dat gedrag gerechtvaardigd kan zijn wanneer het duurzaamheidsvoordelen oplevert of de veerkracht van de EU versterkt.
Praktische gevolgen
De Richtsnoeren zullen bepalend zijn voor de wijze waarop de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten de regels handhaven tegen uitsluitingsmisbruik – gedrag dat concurrenten van de markt verdrijft. Dit zou wel eens slechts een eerste stap kunnen zijn: de Commissie heeft aangegeven dat er mogelijk nog richtsnoeren over uitbuitingsmisbruik (gedrag dat consumenten of handelspartners rechtstreeks schaadt door oneerlijke voorwaarden of prijzen) zullen volgen. Voor nu geldt dat bedrijven hun handelspraktijken moeten toetsen aan het nieuwe kader. Voor ondernemingen met een machtspositie biedt het uitgebreide rechtvaardigingskader nieuwe mogelijkheden om legitieme handelspraktijken te verdedigen. Voor concurrenten bieden de Richtsnoeren daarentegen een duidelijkere basis om gedrag dat de grens overschrijdt te identificeren en aan te vechten.