Nieuwe maatregelen voor een werkbaarder stelsel voor loondoorbetaling bij ziekte

24 april 2026

In Nederland zijn werkgevers verplicht om werknemers bij ziekte gedurende twee jaar het loon door te betalen en actief te ondersteunen bij het re-integratieproces. In eerste instantie wordt gekeken of de werknemer kan terugkeren naar de eigen werkgever, hetzij in de oorspronkelijke functie, in aangepast werk of in ander passend werk binnen de organisatie (het eerste spoor). Als dat niet lukt wordt gekeken naar mogelijkheden bij een andere werkgever (het tweede spoor). Gedurende deze periode geldt een opzegverbod.

Vooral kleine en middelgrote werkgevers ervaren deze combinatie van loondoorbetaling en re integratieverplichtingen als zwaar. Dit komt onder meer doordat passende functies binnen de eigen organisatie vaak ontbreken en vervanging lastig te organiseren is.

Het kabinet werkt daarom aan een pakket maatregelen om de verplichtingen bij langdurige ziekte beter uitvoerbaar te maken. Twee wetsvoorstellen staan daarbij centraal: het eerste richt zich op de re integratie in het tweede ziektejaar, het tweede op de rol van de bedrijfsarts bij de re-integratietoets door het UWV.

Wij bespreken de belangrijkste onderdelen van deze wetsvoorstellen.

Wetsvoorstel wijziging re-integratieverplichtingen tweede ziektejaar

Kleine en middelgrote werkgevers (circa 98% van alle werkgevers in Nederland) krijgen de mogelijkheid om vanaf het begin van het tweede ziektejaar de re-integratie uitsluitend te richten op het tweede spoor. Dat wil zeggen dat de zieke werknemer aan de slag gaat bij een andere werkgever, zonder recht op terugkeer naar de eigen werkplek. Een werkgever is klein bij een loonsom tot 25 keer het gemiddelde premieloon (in 2026: circa €1,1 miljoen), middelgroot bij een loonsom van 25 tot 100 keer het gemiddelde premieloon (in 2026: circa €4,3 miljoen). De werkgeversgrootte op de eerste ziektedag is bepalend.

Twee routes voor afsluiting van het eerste spoor

Het wetsvoorstel voorziet in twee manieren om het eerste spoor af te sluiten:

  1. Schriftelijke instemming van de werknemer: werkgever en werknemer kunnen gezamenlijk besluiten tot afsluiting van de re-integratie in het eerste spoor. De instemming moet uiterlijk op de dag dat de werknemer 52 weken ziek is schriftelijk zijn gegeven en moet duidelijk en ondubbelzinnig zijn. De werknemer heeft het recht deze instemming binnen veertien dagen zonder opgaaf van redenen te herroepen. Indien de werkgever de werknemer niet binnen twee werkdagen na de instemming schriftelijk wijst op dit herroepingsrecht, wordt de bedenktermijn verlengd tot drie weken. De werkgever moet zich ervan verzekeren dat de werknemer de consequenties goed begrijpt en daadwerkelijk akkoord gaat.
    De instemming van de werknemer met afsluiting van het eerste spoor geldt niet als benadelingshandeling. Dit betekent dat de werknemer hierdoor geen rechten op een ZW- of WW-uitkering verliest bij een eventuele latere beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
  2. Toestemming van het UWV: wanneer werkgever en werknemer geen overeenstemming bereiken, kan de werkgever het UWV uiterlijk in de 42e ziekteweek om toestemming vragen. Het UWV voert vervolgens drie toetsen uit: of de werknemer daadwerkelijk arbeidsongeschikt is, of de re-integratie inspanningen in het eerste spoor in het eerste ziektejaar voldoende zijn geweest, en of te verwachten is dat de werknemer niet binnen 13 weken na het ingaan van het tweede ziektejaar in het eigen (aangepaste) werk kan hervatten. Uitgangspunt is dat het UWV binnen acht weken na indiening van de aanvraag een beslissing neemt.
    Tegen de beslissing van het UWV staat geen bestuursrechtelijk bezwaar en beroep open. Beide partijen kunnen zich binnen twee maanden wenden tot de kantonrechter: de werknemer om hervatting van het eerste spoor te verzoeken, de werkgever om vervangende toestemming te vragen.

Gevolgen na afsluiting eerste spoor

Zodra het eerste spoor is afgesloten, hoeft de werkgever de functie van de zieke werknemer niet langer beschikbaar te houden en kan hij een vervanger aannemen. De re-integratie in het tweede ziektejaar richt zich dan volledig op werkhervatting bij een andere werkgever. De loondoorbetalingsverplichting van 104 weken blijft onverkort in stand en wordt niet ingekort. Herstelt de werknemer volledig in het tweede jaar, dan heeft hij alleen nog recht op terugkeer in zijn functie als zijn arbeidsplaats niet is ingevuld door een werknemer die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst is bij de werkgever. Wordt de werkplek vervuld door een uitzendkracht of zelfstandige, dan kan de herstelde werknemer zijn arbeidsplaats dus nog wel opeisen. De volledig herstelde werknemer behoudt recht op het volledige loon, ook als hij niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn bedongen arbeid te verrichten. De werkgever kan inkomsten die de volledig herstelde werknemer ontvangt voor werkzaamheden bij een andere werkgever in mindering brengen op het loon.

Nieuw opzegverbod

Ter bescherming van de werknemer wordt voorgesteld een nieuw opzegverbod te creëren: de werknemer die gedurende het tweede jaar volledig herstelt kan niet worden ontslagen. Het opzegverbod vervalt wanneer de werknemer hersteld is én zijn eigen werk heeft hervat, of na afloop van twee jaar na de eerste ziektedag. Na afloop van het opzegverbod kan de werkgever het UWV om toestemming vragen de arbeidsovereenkomst op te zeggen, zowel als de werknemer nog ziek is, als wanneer hij volledig is hersteld, mits de (aangepaste) functie niet meer beschikbaar is.

Nieuwe ontslaggrond

Er wordt een nieuwe ontslaggrond gecreëerd waarmee kleine en middelgrote werkgevers, die het eerste spoor hebben afgesloten, het dienstverband kunnen opzeggen na toestemming van het UWV. Dit geldt zowel voor de situatie dat de werknemer nog ziek is als voor de situatie dat de werknemer volledig hersteld is. Voorwaarden hierbij zijn onder meer dat er ten minste 104 weken zijn verstreken sinds de eerste ziektedag en dat de (aangepaste) functie van de werknemer niet meer beschikbaar is, of komt binnen 13 weken. Is de werknemer nog ziek, dan kan de werkgever ook kiezen voor de bestaande b-grond (langdurige arbeidsongeschiktheid).

Bij kleine werkgevers toetst het UWV niet of herplaatsing in een andere passende functie mogelijk is, gezien de geringere omvang van de onderneming. Bij middelgrote werkgevers wordt wél getoetst of herplaatsingsmogelijkheden in een passende functie ontbreken binnen een termijn van 13 weken.

Compensatie transitievergoeding

De werkgever kan de bij ontslag betaalde transitievergoeding bij het UWV gecompenseerd krijgen. De compensatie bedraagt maximaal de transitievergoeding opgebouwd tot het moment dat 104 weken is verstreken sinds de eerste ziektedag. De instemming van de werknemer met het afsluiten van het eerste spoor heeft geen gevolgen voor het recht op transitievergoeding bij ontslag.

Wet wijziging toets op re-integratie inspanningen en WIA-voorschotregeling

Advies bedrijfsarts leidend bij de re-integratietoets

Een tweede wetsvoorstel in voorbereiding regelt dat het advies van de bedrijfsarts leidend wordt bij de re-integratietoets (RIV-toets) die het UWV uitvoert na twee jaar ziekte. Het doel is werkgevers meer zekerheid te geven over hun verplichtingen rond loondoorbetaling: de werkgever die het advies van de bedrijfsarts opvolgt, kan er in beginsel van uitgaan voldoende te hebben gedaan. Daarnaast moet deze wijziging bijdragen aan het verminderen van de werkdruk bij de verzekeringsartsen van het UWV, zodat zij meer tijd kunnen besteden aan de beoordeling van WIA-uitkeringsaanvragen.

Geen terugvordering WIA-voorschot

Wettelijk wordt bovendien vastgelegd dat mensen het voorschot dat zij ontvangen in afwachting van een WIA-beoordeling niet hoeven terug te betalen als achteraf blijkt dat zij geen of een lagere uitkering krijgen. Dit voorkomt dat werknemers na lange wachttijden bij het UWV worden geconfronteerd met forse terugvorderingen.

Inwerkingtreding

Het wetsvoorstel wijziging re-integratieverplichtingen tweede ziektejaar ligt voor behandeling bij de Tweede Kamer. De beoogde inwerkingtreding is 1 januari 2030. Het wetsvoorstel is van toepassing op werknemers van wie de eerste ziektedag op of na de datum van inwerkingtreding ligt.

Het wetsvoorstel Wet wijziging toets op re-integratie inspanningen en WIA-voorschotregeling is voor advies aangeboden aan de Raad van State. De gemiddelde doorlooptijd van een adviesprocedure bij de Raad van State is twee tot drie maanden. Daarna zal het wetsvoorstel nog door de Tweede Kamer en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.

Heeft u vragen over de gevolgen van deze wetsvoorstellen voor uw organisatie? Neem gerust contact met ons op.

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.