Het FSR-onderzoek
De Commissie heeft ambtshalve op eigen initiatief – op grond van artikel 9 FSR – een onderzoek ingesteld naar aanwijzingen dat Temu mogelijk buitenlandse subsidies heeft ontvangen die de interne markt verstoren. In dat kader voerde de Commissie tussen 2 en 5 december 2025 een onaangekondigde inspectie uit bij de vestiging van WhaleCo in Dublin. Het betreft pas de tweede dawn raid ooit onder de FSR, na de inspecties bij Nuctech in 2024.
Temu is onderdeel van het Chinese concern PDD Holdings en opereert in de EU via WhaleCo Technology Limited, gevestigd in Ierland. Het platform lag al eerder onder het vergrootglas van de Commissie: in mei 2026 werd een boete van EUR 200 miljoen opgelegd op grond van de digitaledienstenverordening (Digital Services Act, DSA), en een tweede DSA-onderzoek loopt nog.
De obstructieprocedure: wat wordt Temu verweten?
Op 31 juli 2026 heeft de Commissie een Statement of Grounds verzonden aan PDD Holdings Inc. en haar Ierse dochteronderneming WhaleCo Technology Limited, de bedrijven achter het e-commerceplatform Temu. De Statement of Grounds richt zich op het gedrag van Temu tijdens de inspectie in december 2025. Op grond van de FSR zijn ondernemingen verplicht om volledig mee te werken aan inspecties van de Commissie. Inspecteurs mogen alle bedrijfslocaties betreden, fysieke en digitale administratie onderzoeken en medewerkers vragen om toelichting.
De Commissie concludeert voorlopig dat Temu in december deze medewerkingsplicht op meerdere punten heeft geschonden. Concreet zou Temu niet hebben voldaan aan verzoeken die onder meer betrekking hadden op het verstrekken van informatie over de organisatie en het beheer van haar activiteiten in de EU, de door het bedrijf gebruikte IT-tools en -systemen, alsook de overlegging van specifieke boeken en bescheiden betreffende haar activiteiten in de EU.
Wanneer een onderneming onvoldoende meewerkt, beschikt de Commissie hoofdzakelijk over twee instrumenten. Ten eerste kan zij op grond van artikel 17 FSR een dwangsom van 5% van de gemiddelde dagelijkse omzet, of een boete van maximaal 1% van de totale jaaromzet opleggen. Dit geldt ook voor ondernemingen die zelf niet het voorwerp van het onderzoek zijn en bijvoorbeeld niet meewerken aan informatieverzoeken. Onder het reguliere mededingings- en staatssteunrecht beschikt de Commissie over soortgelijke bevoegdheden, waarvan zij in de praktijk zelden gebruik maakt.
Ten tweede kan de Commissie op grond van artikel 16 FSR een “beschikbare feiten besluit” nemen. Wanneer een onderneming niet de informatie verstrekt die nodig is om een volledige analyse van een financiële bijdrage te maken, kan de Commissie op grond van de informatie die zij wél in haar bezit heeft beoordelen of sprake is van een bevoordeling. De uitkomst van het onderzoek kan daardoor voor de betreffende onderneming minder gunstig uitvallen dan bij volledige medewerking het geval zou zijn geweest. Temu heeft nu op grond van artikel 42 FSR recht op toegang tot het dossier en het recht van verweer. Pas nadat zij haar opmerkingen heeft ingediend en de Commissie concludeert dat voldoende bewijs van een inbreuk bestaat, kan een definitief boetebesluit worden vastgesteld, wat kan worden voorgelegd aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Key takeaways
- Dawn raid-protocollen zijn ook voor de FSR-relevant;
- Een obstructieprocedure loopt parallel aan het hoofdonderzoek en kan de positie daarin verzwakken via het mechanisme van artikel 16 FSR;
- De Commissie neemt procedurele medewerking onder de FSR minstens even serieus als onder het reguliere mededingingsrecht en past deze op dezelfde strikte wijze toe.