Instellen van cassatieberoep in strafzaken
De Hoge Raad is de hoogste rechter in strafzaken. Het cassatieberoep moet doorgaans binnen 14 dagen na de einduitspraak van de lagere rechter (meestal een hof) worden ingesteld. Hoewel het verstandig is om vooraf cassatieadvies in te winnen, is dit – anders dan in de civiele procedure – niet verplicht. Bovendien is het inwinnen van cassatieadvies is wel verstandig, omdat een goed cassatieberoep een technische analyse van de uitspraak vereist en inzicht geeft in de kans van slagen van het beroep. Het cassatieteam van Houthoff beschikt over de expertise om die analyse zorgvuldig te maken en verdachten en andere betrokkenen hierin te begeleiden.
Een strafrechtelijk cassatieberoep kan worden ingesteld door het Openbaar Ministerie of door de verdachte. Het beroep wordt ingesteld door een verklaring af te leggen bij de griffie van het gerecht – meestal een hof – dat de uitspraak heeft gedaan waartegen cassatieberoep wordt ingesteld. De verklaring moet meestal binnen 14 dagen na de einduitspraak van het hof worden afgelegd. Strafrechtelijk cassatieberoep kan worden ingesteld zonder hulp van een advocaat.
Cassatieschriftuur en verplichte procesvertegenwoordiging
Nadat het cassatieberoep is ingesteld kan degene die in cassatie is gegaan een ‘cassatieschriftuur’ (de klachten tegen de uitspraak) indienen. Dit kan alleen worden gedaan met behulp van een advocaat. Ook in het vervolg van de procedure is bijstand door een advocaat verplicht. Dit hoeft geen ‘advocaat bij de Hoge Raad‘ te zijn. Het is uiteraard wel raadzaam een in cassatie gespecialiseerde advocaat in te schakelen.
Ongelijkheden tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte in de procedure
De cassatieprocedure in strafzaken kent enkele ongelijkheden tussen de procespartijen (het Openbaar Ministerie en de verdachte). Zo is het Openbaar Ministerie niet bevoegd om zijn beroep en cassatieklachten mondeling toe te lichten, terwijl de verdachte deze mogelijkheid wel heeft. In de praktijk maakt de verdachte hiervan echter maar weinig gebruik. Daarnaast kan het Openbaar Ministerie als verweerder, in tegenstelling tot de verdachte, geen eigen cassatieklachten indienen (‘incidenteel beroep’). Verder mag de verdachte het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie schriftelijk tegenspreken, terwijl het Openbaar Ministerie dat niet mag als de verdachte cassatie instelt. Tot slot kan de verdachte reageren op de conclusie van de procureur-generaal, maar mag het Openbaar Ministerie dat niet als de verdachte cassatie heeft ingesteld.
Conclusie procureur-generaal en uitspraak van de Hoge Raad
De procureur-generaal bij de Hoge Raad geeft in alle strafzaken een onafhankelijk advies (‘conclusie’) over de zaak, tenzij het een zogenaamde art. 80a-zaak is. Vervolgens doet de Hoge Raad uitspraak. Hoewel de Hoge Raad niet aan de conclusie is gebonden, volgt hij deze vaak wel. De gemiddelde doorlooptijd in strafzaken is ongeveer acht maanden.
Proceskosten
Als de verdachte dan wel het OM een strafzaak verliest wordt er geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Daarop bestaat echter een uitzondering. Wanneer een strafzaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, dan kan de verdachte onder omstandigheden wel een vergoeding ontvangen voor bepaalde kosten, waaronder advocaatkosten. Daarnaast kan de verdachte, als er sprake is van een toegewezen vordering van de benadeelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van de benadeelde partij. Die proceskostenveroordeling verloopt volgens dezelfde maatstaf als in civiele procedures.