Collectieve acties in de pensioensector: storm in een glas water of stilte voor de storm?

28 januari 2026

De pensioensector zit inmiddels bijna drie jaar in de transitie onder de Wet toekomst pensioenen (Wtp). De afgelopen jaren is binnen de pensioensector en door de Raad voor de Rechtspraak veelvuldig gewaarschuwd voor een golf aan procedures als gevolg van de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Ondanks deze verwachtingen is een toename van (collectieve) pensioenclaims tot op heden uitgebleven.

De verwachte proceduredruk blijft vooralsnog uit

In oktober 2024 schreven wij voor PensioenMagazine een analyse van de risico’s van collectieve acties in de pensioensector, met suggesties voor pensioenfondsen om daarop te anticiperen. Wij wezen destijds op het fenomeen van entrepreneurial mass litigation, waarbij collectieve acties worden geïnitieerd door commerciële partijen die verdienen aan het financieren van dergelijke procedures. De Nederlandse ‘plaintiffs’ bar’ met advocaten die dit type procedures starten, was sinds de invoering van de Wet afwikkeling massaschade in collectieve actie per 1 januari 2020 sterk gegroeid, en diverse claimkantoren ontwikkelden nauwe banden met buitenlandse procesfinanciers. De Raad van State en de Raad voor de Rechtspraak hebben bij de totstandkoming van de Wtp indringend gewaarschuwd voor grote aantallen procedures, zelfs wanneer relatief weinig mensen individueel zouden procederen. Nu, bijna drie jaar na de inwerkingtreding van de Wtp, kunnen wij vaststellen dat de verwachte tsunami aan procedures niet is gearriveerd, althans nog niet.

Wat is de verklaring hiervoor?

De eerste verklaring ligt voor de hand: de pensioentransitie is simpelweg nog in volle gang. Daarnaast heeft een massageschil doorgaans tijd nodig om zich te ontwikkelen. Van de massageschillen in de financiële sector en bij kartelschade hebben we geleerd dat het jaren, soms zelfs meer dan een decennium kan duren, voordat een massaclaim op gang komt. Pas na verloop van tijd, wanneer deelnemers de nadelige gevolgen van een product of transitie ondervinden, ontstaat onvrede die kan uitmonden in collectieve claims. Bovendien zijn verjaringstermijnen relatief lang, eenvoudig te stuiten en kost een massageschil de nodige voorbereiding. Dit patroon blijft bijzonder relevant voor de pensioensector. De gevolgen van de pensioentransitie zullen pas volledig zichtbaar worden wanneer (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden daadwerkelijk met de uitkomsten worden geconfronteerd.

De individuele proefprocedure als opmaat voor collectieve acties?

Het huidige landschap van pensioenclaims is divers, met verschillende stichtingen die uiteenlopende strategieën hanteren. Dat collectieve acties vooralsnog uitblijven, betekent niet dat werkgevers en pensioenfondsen kunnen achteroverleunen. Claimstichtingen kunnen ervoor kiezen om eerst individuele proefprocedures te voeren om een richtinggevende uitspraak te verkrijgen. De oproep voor de stuitingsactie van een claimstichting gericht op pensioenen, waarbij (gewezen) deelnemers en pensioengerechtigden worden opgeroepen om hun rechten op inhaalindexatie veilig te stellen uit het verleden, past in dit beeld. Er zijn allerlei juridische kanttekeningen te plaatsen over (de haalbaarheid van) deze beoogde claim, maar de focus op achterstallige indexatie illustreert dat het recept voor onvrede volop aanwezig is: een jarenlange periode waarin pensioenen niet zijn meegegaan met de inflatie, gevolgd door een transitie waarbij een grote populatie vreest dat die gemiste indexatie definitief verloren gaat.

In algemene zin kan een ongunstige uitspraak in een proefprocedure het startschot vormen voor vervolgclaims. Het is daarom van belang om ook kleinere procedures tijdig serieus te nemen en niet als geïsoleerde incidenten te beschouwen. Daarnaast dient niet uit het oog te worden verloren dat pensioengeschillen sinds 1 januari 2024 laagdrempelig worden voorgelegd aan de Geschilleninstantie Pensioen (GIP). Hoewel het GIP geen collectieve acties behandelt, kunnen in potentie nieuwe uitspraken over principiële vragen de facto wel een breder effect hebben.

Voorzichtige vooruitblik

De komende jaren zullen bepalend zijn voor het verdere verloop van het claimlandschap in de pensioensector. Met de geplande transitie van tientallen pensioenfondsen in 2027 en 2028, en de verwachte ontwikkeling van nieuwe jurisprudentie over inhoudelijke bepalingen van de Wtp, neemt het risico op procedures toe. Goede communicatie is hierin cruciaal en kan de voedingsbodem voor onvrede (deels) wegnemen. Dit punt is recent nogmaals onderstreept door de AFM in haar brief van 9 januari 2026 aan het Ministerie van SZW, die in haar observaties concludeert dat de pensioentransitie “niet [is] geslaagd als deze weliswaar technisch goed uitgevoerd is, maar de deelnemer niet adequaat is geïnformeerd en daardoor geen vertrouwen heeft in de omzetting van zijn pensioen.”

Wij werken aan een vervolgartikel voor Pensioenmagazine en verwachten dat dit in april 2026 beschikbaar komt. Heeft u in de tussentijd vragen of wilt u overleggen over de implicaties van de Wet toekomst pensioen, dan denken wij graag mee.

 

This site is registered on wpml.org as a development site. Switch to a production site key to remove this banner.