Het verloop in vogelvlucht
De civiele cassatieprocedure begint met het instellen van cassatieberoep tegen de uitspraak van een lagere rechter waarmee een partij het oneens is, nadat een cassatieadvocaat daartoe positief heeft geadviseerd. De cassatieadvocaat stelt het cassatieberoep in door middel van een inleidend processtuk (de ‘procesinleiding’). De procesinleiding is vergelijkbaar met de dagvaarding en het verzoekschrift in lagere instanties, en bevat de redenen waarom de bestreden uitspraak onjuist is. Uiteindelijk eindigt de cassatieprocedure met een uitspraak van de Hoge Raad. Een cassatieprocedure duurt in de regel ongeveer anderhalf jaar. Als daar aanleiding voor is, kan het (veel) sneller gaan.
Vorderings- en verzoekprocedures
Als cassatieberoep wordt ingesteld in een procedure die in eerdere instanties met een dagvaarding is begonnen, wordt deze procedure in cassatie een ‘vorderingsprocedure’ genoemd. In een procedure die in eerdere instanties met een verzoekschrift is begonnen, wordt de procedure in cassatie een ‘verzoekprocedure’ genoemd. In beide gevallen begint de procedure met het indienen van een procesinleiding. Daarbij geldt dat de verzoekprocedure een compacter procesverloop kent dan de vorderingsprocedure.
Cassatieberoep moet binnen de cassatietermijn worden ingesteld
De cassatieadvocaat moet het cassatieberoep instellen binnen een bepaalde termijn (cassatietermijn). De cassatietermijn begint te lopen op de datum van de uitspraak van de lagere rechter waartegen cassatieberoep wordt ingesteld. Hoe lang die termijn duurt, hangt af van het soort procedure. In de meeste gevallen bedraagt de cassatietermijn drie maanden. Daarnaast bestaan er kortere cassatietermijnen. Zo is de cassatietermijn in een kortgedingprocedure acht weken en in een faillissementsprocedure slechts acht dagen. Na het verstrijken van de cassatietermijn is het niet meer mogelijk om cassatieberoep in te stellen. Het is daarom van groot belang na een negatieve uitspraak van de lagere rechter, zo snel mogelijk contact op te nemen met een cassatieadvocaat voor het inwinnen van cassatieadvies.
Schorsende werking
In beginsel schorst cassatieberoep de werking van de uitspraak waartegen cassatieberoep is ingesteld. Dit betekent dat een veroordeling niet kan worden afgedwongen zolang cassatieberoep loopt. In de praktijk is echter vaak bepaald dat een uitspraak ‘uitvoerbaar bij voorraad’ is. In dat geval kan een veroordeling in die uitspraak toch worden afgedwongen.
Verschijnen van verweerder of verstek laten gaan
In een vorderingsprocedure kan de wederpartij van de eiser in cassatie (‘de verweerder in cassatie’), nadat hij de procesinleiding heeft ontvangen en cassatieadvies heeft ingewonnen, besluiten te ‘verschijnen’ in de cassatieprocedure. Dit houdt in dat de cassatieadvocaat aan de Hoge Raad laat weten namens de verweerder in de procedure op te treden. De cassatieadvocaat kan vervolgens een verweerschrift indienen. In dit verweerschrift kan de verweerder ook zelf klachten tegen de uitspraak richten (‘incidenteel cassatieberoep’).
De verweerder in een vorderingsprocedure kan er ook voor kiezen om niet te verschijnen (‘verstek laten gaan’). In dat geval wordt de cassatieprocedure zonder de verweerder voortgezet. Dit betekent niet dat het cassatieberoep automatisch slaagt. De Hoge Raad beoordeelt ook zonder verweer of de cassatieklachten gegrond zijn.
In een verzoekprocedure kan iedere belanghebbende een verweerschrift indienen. Er is geen sprake van ‘verschijnen’ of ‘verstek’ van verweerders.
Stappen van de cassatieprocedure
De cassatieprocedure bestaat uit meerdere stappen. Deze zijn voor een vorderingsprocedure enigszins anders dan voor een verzoekprocedure. In een vorderingsprocedure kunnen partijen enkele maanden na het indienen van het verweerschrift tegelijkertijd een schriftelijke toelichting indienen. Hierop kunnen partijen dan weer reageren. Een verzoekprocedure is doorgaans compacter. Dan blijft het bij de procesinleiding en het verweerschrift.
In alle zaken geeft de procureur-generaal een niet-bindend advies (‘conclusie’), waarop partijen ook kunnen reageren. Tot slot volgt de uitspraak van de Hoge Raad.
Een uitgebreidere weergave van de verschillende stappen is hier te vinden.
Kosten van de cassatieprocedure
Een partij die cassatieberoep instelt of in cassatie verschijnt, moet griffierecht betalen. De hoogte van het griffierecht hangt af van de hoedanigheid van de partij en het soort zaak en volgt uit een jaarlijks wijzigende tabel. Meestal veroordeelt de Hoge Raad de verliezende partij tot vergoeding van het door de wederpartij betaalde griffierecht.
Daarnaast moet de verliezende partij een vergoeding voor de advocaatkosten van de wederpartij betalen, maar het gaat daarbij meestal om vaste bedragen (enkele duizenden euro’s) die veel lager zijn dan de werkelijk gemaakte kosten. Ten slotte moet nog rekening worden gehouden met de kostenveroordelingen in een eventuele verwijzingsprocedure.