Prinsjesdag 2026: de belangrijkste ontwikkelingen voor de energiesector

17 september 2026

Op de derde dinsdag van september presenteert het kabinet zijn begroting en beleidsplannen voor het komende jaar. Voor de energiesector introduceert Prinsjesdag 2026 een aantal belangrijke beleidsmaatregelen. Daarbij staan vooral de transitie naar duurzame energie, de bestrijding van netcongestie en de leveringszekerheid centraal. Het kabinet wil onder meer de uitrol van windenergie op zee, kernenergie en waterstof versnellen en tegelijkertijd de industrie verduurzamen, onder andere door investeringen in CO₂-afvang en -opslag. In deze news update bespreken wij de belangrijkste ontwikkelingen voor ondernemingen en investeerders in de energiesector.

Klimaat- en energiefonds

Het fonds op hoofdlijnen

Het Klimaat- en energiefonds is het belangrijkste financieringsinstrument van het kabinet voor de energietransitie. De beleidsplannen voor het fonds worden jaarlijks uitgewerkt in het Meerjarenprogramma (MJP). In het MJP wordt het fondsbudget verdeeld over zes percelen:

  1. Kernenergie;
  2. CO₂-vrije elektriciteitscentrales;
  3. Energie-infrastructuur;
  4. Vroege fase opschaling;
  5. Verduurzaming industrie en innovatie mkb; en
  6. Verduurzaming bebouwde omgeving.

De toekenningen in het MJP worden met de Klimaat- en energiefondsbegroting formeel goedgekeurd. Op Prinsjesdag 2026 zijn het definitieve MJP 2027 en de Klimaat- en energiefondsbegroting 2027 aangeboden aan de Tweede Kamer.

Bij aanvang van het Klimaat- en energiefonds in 2021 bedroeg het totale budget € 35 miljard. Voorafgaand aan de verwerking van het MJP 2027 resteerde op de stand van de Klimaat- en energiefondsbegroting 2026 € 21,2 miljard.

Prinsjesdag 2026: budgetverschuivingen en hernieuwde prioriteiten

Na verwerking van de mutaties in het MJP 2027 bedraagt het resterende fondsbudget € 19,4 miljard. Hieronder staat een overzicht van de toegekende, gereserveerde en nog beschikbare middelen uit het Klimaat- en energiefonds.

Klimaat- en energiefondsbegroting 2027

Van de resterende middelen is € 6,2 miljard voorwaardelijk toegekend of gereserveerd voor concrete maatregelen. Van de € 13,2 miljard die nog vrij besteedbaar is, valt € 13,0 miljard onder het perceel Kernenergie en € 0,2 miljard onder de overige percelen. De focus op kernenergie is in deze allocatie duidelijk zichtbaar.

De verdeling van het totale fondsbudget na verwerking van het MJP 2027 is als volgt:

Perceel Fondsbudget
Kernenergie € 13,3 miljard
CO₂-vrije elektriciteitscentrales Geen toekenning
Energie-infrastructuur € 1,0 miljard
Vroege fase opschaling € 2,7 miljard
Verduurzaming industrie en innovatie mkb € 2,4 miljard
Verduurzaming bebouwde omgeving € 25,4 miljoen

 

Het kabinet beoogt met deze verdeling een hogere economische groei te realiseren en vraag en aanbod ten aanzien van schone energie te stimuleren. Daarbij is ook de aanpak van netcongestie cruciaal. Vanuit de toegekende en gereserveerde gelden van het Klimaat- en energiefonds is in 2027 onder meer € 33 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling voor flexibel energiegebruik (Flex-e), € 37,7 miljoen voor een efficiëntere benutting van elektriciteitsnetten en € 3,5 miljoen voor de expertpool energie-infrastructuur.

Wind op zee

Van subsidievrij naar gesubsidieerde tenders in 2026

Windenergie op zee speelt een centrale rol in het toekomstige Nederlandse energiesysteem. Met de huidige Routekaart Windenergie op zee wil het kabinet de beschikbare offshore windcapaciteit verhogen naar 23 GW rond 2030. Het coalitieakkoord ambieert een totaal van 40 GW in 2040. Dit is een capaciteitstoename van circa 35,3 GW ten opzichte van de circa 4,7 GW die op dit moment beschikbaar is.

De uitrol van deze plannen stond de afgelopen periode echter onder druk. Zo leverde de tender voor de subsidievrije vergunningronde voor 1GW kavel Nederwiek I-A in 2025 geen biedingen op. Tegen die achtergrond presenteerde het kabinet vorig jaar, op Prinsjesdag 2025, het Actieplan windenergie op zee om de bouw van windparken op de Noordzee te stimuleren en te versnellen. Met dit actieplan is in 2026 onder andere circa € 1 miljard aan subsidie beschikbaar gesteld voor het realiseren van 2 GW aan nieuwe windcapaciteit op zee.

Op 16 januari 2026 informeerde de Minister van Klimaat en Groene Groei de Tweede Kamer over de eerstvolgende tender. In plaats van het windenergiegebied Nederwiek is gekozen om 1 GW kavel IJmuiden Ver Gamma-A met subsidie te vergunnen. Het kabinet biedt daarbij een geactualiseerd Ontwikkelkader windenergie op zee aan. De subsidieverlening is gebaseerd op het Tijdelijk ondersteuningsmechanisme Windenergie op zee. Dit mechanisme is vergelijkbaar met de SDE++-subsidieregeling en dient als overbruggingsregeling tot de inwerkingtreding van het Contracts for Difference-model, zoals hieronder nader toegelicht.

Om de slagingskans van de tender de verhogen, kondigde de Minister van Klimaat en Groene Groei op 11 juni 2026 een verhoging van het subsidieplafond aan. Het maximale tenderbedrag voor IJmuiden Ver Gamma-A is daarbij opgehoogd van € 104/MWh naar € 117/MWh. Het kabinet heeft daarnaast besloten om in 2026 een tweede tender van 1 GW open te stellen voor de naastgelegen 1 GW kavel IJmuiden Ver Gamma-B. De totaal te realiseren capaciteit komt daarmee op de met het actieplan beoogde 2 GW. Beide tenderperiodes lopen van 26 november 2026 tot 10 december 2026. De totale budgettaire reservering voor beide tenders bedraagt circa € 6,21 miljard.

Van gesubsidieerde tenders naar Contracts for Difference (CfD) in 2027

Op grond van de Electricity Market Design-richtlijn moeten EU-lidstaten die directe prijssteun willen verlenen aan investeringen in duurzame energie overstappen van subsidies naar een Contracts for Difference-model (CfD). Onder het CfD-model sluit de overheid met de projectontwikkelaar een tweerichtingscontract over een vaste referentieprijs. Het model biedt daarmee meer financiële zekerheid voor nieuwe projecten. Deze overgang moet uiterlijk 17 juli 2027 gerealiseerd zijn.

Het Actieplan windenergie op zee bereidt de overgang van gesubsidieerde tenders naar het CfD-model voor. De eerste openstelling van CfD’s wordt in het najaar van 2027 verwacht.

De overgang van gesubsidieerde vergunningsrondes naar een CfD model vergt tevens een nieuw wettelijk kader. Het kabinet werkt momenteel aan het voorstel voor de Wet toepassing tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen voor klimaat en energie, waarmee het CfD model mogelijk zou worden gemaakt voor windenergie op zee, windenergie op land en zonnepanelen. Het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zijn al ingediend bij de Tweede Kamer. Uiterlijk 1 oktober 2026 zullen de fracties hun schriftelijke vragen en opmerkingen over het wetsvoorstel aanleveren.

Prinsjesdag 2026: subsidietenders, CfD tenders en langetermijnstrategie

De begroting van het ministerie van Klimaat en Groene Groei voor 2027 bevestigt het streven naar een totaalcapaciteit van 40 GW windenergie op zee. Eind 2026 wordt een geactualiseerde, driedelige Routekaart Windenergie gepubliceerd voor de achtereenvolgende uitbreidingen naar 23, 30 en 40 GW capaciteit.

In totaal wordt tot en met 2031 circa € 360 miljoen beschikbaar gesteld voor de energie-infrastructuur voor nieuw aangewezen windenergiegebieden op zee. In dat kader is ook het Ontwerp Programma VAWOZ (Verbindingen Aanlanding Wind op Zee) noemenswaardig. Dit programma werd al eerder, op 22 mei 2026, gepubliceerd en onderzoekt routes om de nieuwe capaciteit die wordt gegenereerd door (nog te bouwen) windparken aan land te brengen.

Voor wat betreft concrete maatregelen voor het komende jaar, wordt het verplichtingenbudget de tenders IJmuiden Ver Gamma-A en Gamma-B voor 2027 met € 1,56 miljard verhoogd, zodat marktpartijen het risico van het invoedingstarief kunnen inprijzen. De verwachte kasuitgaven zijn gebaseerd op de meerjarige raming van de elektriciteitsprijzen. Ook wordt rekening gehouden met de overgang naar het CfD-model door budget over te boeken voor de eerste twee CfD-tenders in 2027 en 2028.

Daarnaast is vanuit het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een subsidie verstrekt aan TenneT van € 4 miljard, waarvan jaarlijks € 181 miljoen wordt uitgekeerd voor de aanleg van het net op zee. Het doel van deze subsidie is om de netkosten voor eindgebruikers te dempen. Uit de Miljoenennota volgt dat de Nederlandse overheid in de periode 2026-2035 circa € 5,9 miljard investeert in windenergie op zee. Voor de doorgroei naar 40 GW windenergie op zee is een totaalbudget van € 60 miljard beschikbaar.

Waterstof

Ontwikkeling van de landelijke waterstof infrastructuur

De Nederlandse overheid streeft er door middel van het Nationaal Waterstof Programma naar een elektrolysecapaciteit van 3-4 GW te realiseren in 2035. De centrale uitdaging voor de overheid ten aanzien van de Nederlandse waterstofmarkt is dat de benodigde infrastructuur nog grotendeels ontbreekt. De overheid beoogt een doorbraak van de waterstofmarkt te stimuleren, door het beschikbaar stellen van financiering voor de aanleg van een landelijk waterstofnetwerk en het stimuleren van de vraag naar waterstofproductie.

De aanleg van het landelijk waterstofnetwerk wordt uitgevoerd door HyNetwork Services, een dochtermaatschappij van Gasunie. De geraamde kosten van het netwerk zijn initieel geschat op € 1,5 miljard en worden gedeeltelijk gefinancierd vanuit het Klimaat- en energiefonds. In 2023 is in dat kader € 745,8 miljoen aan subsidie voor Gasunie toegezegd voor het realiseren van het landelijk waterstofnetwerk in de periode 2023-2030. Daarnaast is bijna € 165 miljoen gereserveerd voor het realiseren van Hystock, de eerste ondergrondse waterstofopslag in Nederland.

In 2025 waarschuwde de Algemene Rekenkamer dat de geraamde kosten van het netwerk waren gestegen naar € 3,8 miljard, waardoor de gereserveerde subsidie tekort zou schieten. Hierdoor is het onzeker of alle geplande tracés worden aangelegd.

Prinsjesdag 2026: ontwikkeling van het landelijk waterstofnetwerk en stimulering van de waterstofmarkt

Uit de begrotingsstukken blijkt dat de ontwikkeling van het waterstofnetwerk wordt voortgezet en dat de toegekende subsidies worden benut. Uit de begroting van het ministerie van Klimaat en Groene Groei volgt dat de geraamde kasbetalingen voor het realiseren van het waterstofnetwerk in 2027 circa € 155 miljoen bedragen. In 2028 zal dat naar verwachting € 394 miljoen zijn.

Voor waterstofopslag heeft het kabinet in juli 2026 een belangrijke stap gezet met de afgifte van een subsidiebeschikking van € 450 miljoen aan Gasunie voor het Hystock project. De subsidiebeschikking is bedoeld voor het realiseren van vier ondergrondse zoutcavernes in Zuidwending. De subsidie dekt risico’s die Gasunie niet zelfstandig kan dragen, waaronder de prijsontwikkeling van het benodigde kussengas, het vollooprisico en mogelijke vertragingen bij vergunningverlening. De uitfinanciering vindt naar verwachting plaats vanaf 2032. Hystock is door het kabinet aangemerkt als een dienst van Algemeen Economisch Belang (DAEB) en gaat in 2027 verder met het verkrijgen van de benodigde vergunningen.

Uit de Klimaat- en energiefondsbegroting 2027 volgt dat € 245 miljoen is gereserveerd voor de ontwikkeling van waterstofcavernes 5 tot en met 13 in Zuidwending Oost. Op de definitieve vaststelling van het bedrag moet nog een due diligence door een onafhankelijke partij worden uitgevoerd. De bestedingsverplichting wordt pas definitief aangegaan nadat een besluit is genomen over het financiële kader van het waterstoftransportnet. Indien uit die besluitvorming volgt dat het nog niet zinvol is om te starten met het ontwikkelen van de opslagcavernes, vloeien de middelen terug naar het Klimaat- en energiefonds.

De begrotingsstukken laten ook zien dat het kabinet via het Klimaat- en energiefonds voornemens is fors te investeren in de productiezijde. De voornaamste toekenningen zijn als volgt:

  • Een voorwaardelijke toekenning voor productiesubsidies voor onshore elektrolyse (500-1.000 MW) van € 1.278,3 miljoen;
  • Een voorwaardelijke toekenning voor elektrolyse-vraagsubsidies van € 662,2 miljoen; en
  • Een toekenning voor het onderzoeksprogramma waterstof op zee van € 25 miljoen.

De begrotingsstukken laten zien dat het kabinet de waterstofmarkt verder wil opbouwen, maar dat veel steun op dit moment nog voorwaardelijk is. Met een combinatie van normering, beprijzing en subsidies wil de overheid de beoogde elektrolysecapaciteit van 3-4 GW in 2035 helpen realiseren.

In dat kader staan op wetgevingsgebied ook enkele relevante ontwikkelingen op de planning. Het wetsvoorstel ter implementatie van het EU-decarbonisatiepakket wordt dit najaar bij de Tweede Kamer ingediend en moet de marktordening voor waterstof regelen, met een beoogde inwerkingtreding per 1 juli 2027. Ook het wetsvoorstel Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie kan bijdragen aan de stimulering van de waterstofmarkt. De jaarverplichting voor de toepassing van deze hernieuwbare brandstoffen – waaronder begrepen hernieuwbare waterstof – zou daarmee oplopen van 4% in 2030 naar 9,9% in 2035. Deze maatregelen moeten marktpartijen meer zekerheid geven over het regelgevend kader en de toekomstige vraag naar hernieuwbare waterstof.

CO₂-afvang en -opslag (CCS)

CCS-opslag in de Noordzee

De overheid investeert via staatsdeelneming EBN in CCS-opslaglocaties op de Noordzee. Zo neemt EBN deel in het Porthos-project in de Rotterdamse haven, waarvoor al in 2020 een lening is verstrekt aan EBN. Vervolgens is in december 2023 aan EBN een lening verstrekt voor de FEED-fase van een tweede grootschalige opslaglocatie, het Aramis-project. Door onzekerheid in de markt nam de vraag naar CO₂-afvang echter af, waardoor nog geen Final Investment Decision (FID) kon worden genomen voor het Aramis-project.

Prinsjesdag 2026: forse impuls voor Aramis en CCS-infrastructuur

Het kabinet reserveert vanaf 2027 maximaal € 1,3 miljard voor een volloopgarantie voor het transportgedeelte van de Aramis CCS-keten. De volloopgarantie denkt het risico af dat de transportinfrastructuur de eerste jaren onvoldoende wordt benut en beoogt daarmee bij te dragen aan de voorwaarden voor een positieve FID.

Vanuit het Klimaat- en energiefonds is daarnaast € 639,2 miljoen voorwaardelijk toegekend voor deelname van EBN in de ontwikkeling van de CCS-infrastructuur. Naast Aramis ondersteunt het kabinet ook bredere CCS-ontwikkelingen. De Delta Rhine Corridor (DRC) speelt een centrale rol bij grensoverschrijdend CO₂-transport. Verder is circa € 15,7 miljoen beoogt voor haalbaarheids- en FEED-studies en CC(U)S-pilots in 2027. Het totale CCS-subsidiebudget stijgt fors: van circa € 2,7 miljoen in 2026 naar circa € 334 miljoen in 2028.

Energie & Industrie team van Houthoff

Het Energie & Industrie team volgt de ontwikkelingen binnen de energiesector op de voet en adviseert over de juridische implicaties van nieuwe wet- en regelgeving en steuninstrumenten.

Benieuwd naar het op Prinsjesdag 2026 gepubliceerde fiscale plannen voor 2027? Lees ook het Belastingplan 2027.