Cassatie in belastingzaken

In belastingzaken toetst de Hoge Raad of het recht juist is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De fiscale cassatieprocedure wijkt af van de civiele cassatieprocedure.
Cassatie in belastingzaken

Instellen van cassatieberoep in belastingzaken

De Hoge Raad is de hoogste rechter in belastingzaken (ook wel: fiscale zaken). Daarnaast is de Hoge Raad is ook de hoogste rechter voor Caribische belastingzaken. In belastingzaken wordt cassatieberoep ingesteld door het indienen van een cassatieberoepschrift bij de belastingkamer van de Hoge Raad. Dit moet worden gedaan binnen zes weken na de bestreden uitspraak. De procedure in belastingzaken is een bestuursrechtelijke procedure.

Geen verplichte procesvertegenwoordiging, behalve bij mondelinge of schriftelijke toelichting

Anders dan in civiele cassatiezaken, geldt in belastingzaken geen verplichte procesvertegenwoordiging. Het is dus niet verplicht een advocaat in te schakelen voor het instellen van cassatieberoep. Een uitzondering is het schriftelijke of mondelinge pleidooi bij de Hoge Raad: dat kan alleen worden gehouden door een advocaat.

Omvang van de toetsing in cassatie

In belastingzaken is, net als in civiele cassatiezaken, de toetsing van de uitspraak van de lagere rechter door de Hoge Raad beperkt tot rechts- en procedurefouten. Daarnaast heeft de Hoge Raad in belastingzaken – in tegenstelling tot in civiele cassatiezaken – ook de bevoegdheid om uitspraken te vernietigen op andere gronden dan de gronden die zijn aangevoerd in het cassatieberoepschrift.

Procesverloop

De procedure bij de belastingkamer van de Hoge Raad verschilt van de civielrechtelijke procedure. In belastingzaken hoeft het cassatieberoepschrift, anders dan de civiele procesinleiding, niet de redenen te bevatten voor de vernietiging van de bestreden uitspraak. De cassatiegronden mogen later, binnen een door de Hoge Raad te stellen termijn, worden ingediend.

Het vervolg van de procedure is vergelijkbaar met de civielrechtelijke procedure. De wederpartij krijgt gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. Ook kan de verweerder, net als in civiele cassaties, tegelijk met het verweerschrift zelf cassatieberoep instellen (‘incidenteel cassatieberoep’).

Partijen kunnen uiterlijk bij de indiening van het verweerschrift in cassatie (door verweerder), of twee weken daarna (door verzoeker), vragen de zaak schriftelijk of mondeling nader toe te mogen lichten (schriftelijk of mondeling pleidooi). Als niet door een van beide partijen om pleidooi is verzocht, kan degene die het cassatieberoep heeft ingesteld reageren op het verweerschrift met een conclusie van repliek. Hoewel de andere partij kan daarop reageren met een conclusie van dupliek.

Conclusie procureur-generaal en uitspraak van de Hoge Raad

De procureur-generaal kan een advies (‘conclusie’) over de zaak uitbrengen, maar dit is, anders dan in civiele cassatieprocedures, niet verplicht. Zo’n conclusie is een onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over de afdoening van de zaak. De Hoge Raad is niet aan de conclusie gebonden, maar volgt deze vaak wel.

Vervolgens doet de Hoge Raad uitspraak bij arrest. Slechts in 5 tot 10% van de gevallen wordt het cassatieberoep gegrond verklaard. Dit lage percentage is te verklaren doordat in fiscale zaken relatief veel kansloze cassatieberoepen worden ingesteld. De gevolgen van een (gedeeltelijke) gegrondbevinding of ongegrond bevinding zijn vergelijkbaar met die in een civiele procedure. De gemiddelde doorlooptijd van belastingzaken is ongeveer negen tot tien maanden, maar bij ingewikkelde zaken kunnen de doorlooptijden kunnen aanzienlijk langer zijn.

Proceskosten

Als de belastingplichtige (deels) in het gelijk wordt gesteld, moet het bestuursorgaan (zijn wederpartij) zijn kosten vergoeden. Ook wanneer de belastingplichtige niet in het gelijk wordt gesteld, kan een kostenvergoeding soms aan de orde zijn. In de overige gevallen spreekt de rechter geen proceskostenveroordeling uit.de belastingplichtige niet in het gelijk wordt gesteld kan het bestuursorgaan gehouden zijn tot vergoeding van de kosten. In andere gevallen wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. In belastingzaken komt een proceskostenveroordeling ten laste van de belastingplichtige in de praktijk niet voor. Dit is alleen mogelijk als de belastingplichtige het procesrecht kennelijk onredelijk gebruikt. Proceskostenveroordelingen bestaan overigens uit vaste bedragen (enkele duizenden euro’s) die veel lager zijn dan de werkelijk gemaakte kosten.

Net als in civiele procedures zijn bij een cassatie in belastingzaken griffierechten verschuldigd. De griffierechten zijn in belastingzaken echter niet afhankelijk van het financiële belang van de zaak.